maandag 25 mei 2020

070. Een triest gesprek


EEN TRIEST GESPREK

Vorige week kwam het bericht dat er een vierjarig experiment gaat starten in de vier grote steden. Kinderen krijgen daarbij 4 dagen per week les van een bevoegde leerkracht en de 5e dag wordt er een, vaak, niet bevoegde deskundige op een bepaald gebied voor de groep gezet. Een plan dat nogal stof deed opwaaien. Er zijn …. zoals altijd …. voor- en tegenstanders die elkaar weer fel te lijf gaan.

Naar aanleiding van dit plan was er afgelopen zaterdag een gesprek met twee mensen met verstand van zaken in het radioprogramma Spijkers met Koppen. Het fragment is hier terug te beluisteren: https://www.nporadio2.nl/spijkersmetkoppen/gemist/video/18072/2020-05-23-joke-middelbeek-en-eugenie-stolk-over-wel-of-geen-onbevoegde-docenten-voor-de-klas

De twee deskundigen waren Joke Middelbeek en Eugenie Stolk.
Joke Middelbeek is Bestuurder bij Stichting Openbaar Basis Onderwijs Westelijke Tuinsteden. De Westelijke Tuinsteden liggen in Amsterdam-West en de scholen daar kennen een enorme vervangingsproblematiek en gelijke kansen voor de kinderen staan er zwaar onder druk. Dat was in de jaren 1987-2000, toen ik er werkzaam was, al zo en de problematiek is alleen maar zwaarder geworden. De leerkrachten en andere onderwijsmensen daar verdienen alle respect. Bij deze.
Eugenie Stolk is de voorzitter van AOb, de grootste onderwijsvakbond van Nederland.

Nu het gesprek. Het was de redactie van het programma gelukt om een voor- en tegenstander van het plan te vinden. Dat levert vaak leuke gesprekken op. Het is de gewoonte dan men naar elkaar luistert en dan de eigen mening met argumenten verdedigt. Ik heb het zelf weleens mogen doen en het houdt je scherp. Soms zeg je weleens iets raars, onder de druk, maar je breit dat in het vervolg meestal wel weer recht. Een enkele “slip of the tongue” wordt je wel vergeven.

Dit gesprek verliep een beetje anders. Het liet me in complete verwarring achter. 
Omdat ik het belangrijk vind om vooral bij de feiten te blijven en deze in een column te interpreteren zal ik enkele citaten uit het gesprek hieronder weergeven.
Het betreft vooral zaken die mevrouw Middelbeek zei. De opmerkingen van Eugenie Stolk vielen helaas volkomen in het niet omdat ik steeds enige tijd nodig had om het voorafgaande te verwerken. Ik denk dat het voorlezen van haar Jumbo-boodschappenlijstje mij niet eens was opgevallen. 

Ik citeer.
“Onbevoegd hebben we met zijn allen bedacht. Dat is alleen maar als je geen opleiding hebt bij de PABO ……..…. Ik heb het liever over bekwaam. Er zijn meer mensen die alleen kwaliteit kunnen leveren dan alleen de leerkracht.”(0:50)

We hebben niets met zijn allen bedacht. We hebben te maken met een een vak (!) met een van de meest grote verantwoordelijkheden denkbaar. Daar hoort een gedegen opleiding en derhalve ook een bevoegdheid bij. Dat er meer mensen zijn die ook kwaliteit kunnen leveren is denkbaar. Ik vraag me alleen af wat er in deze onder kwaliteit wordt verstaan. 

“De leraar is de uitvoerder van de lesmethode ……. Hierin staat beschreven wat de leerkracht zou moeten doen.” (2:20)
“We hebben leerkrachten verbannen tot robots. Ze voeren de handleidingen uit.” (10:18)

Bij de eerste keer hoopte ik dat het zo’n slip of the tongue zou zijn, maar na 8 minuten bleek het echt een visie op mijn vak te zijn. Hoewel vak dus een wankel begrip is. 
Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hier een vernieuwer aan het woord is. Het hele systeem is niet goed en het hele systeem moet anders. De bekende vernieuwersmantra.

Ons huidige werk afdoen als het opratelen van de inhoud van een handleiding getuigt van weinig inzicht in wat er in een klaslokaal gebeurt. Vernieuwers gebruiken deze karikatuur graag en er zijn altijd mensen die er intrappen en het voor zoete koek slikken.
Dat een vernieuwer dat zegt is te verwachten en onderdeel van het spel dat we spelen, maar dat een bestuurder het zegt over de mensen op haar scholen is kwalijker. Je zal maar op een van die scholen werken en op een verloren zaterdagmiddag dit te horen krijgen terwijl je je werk onder zware omstandigheden doet.
Mijn bestuurder bezoekt geregeld alle 30 scholen in 5 zeer uitgestrekte gemeenten over een oppervlakte van 50 bij 30 kilometer. Hij komt dan ook altijd de klassen in, praat met mij en met de leerlingen. Veel krijt aan de vingers verleer je niet, want hij neemt geregeld even gekscherend de groep over. Ik ervaar dat als fijn. Hij staat naast me en soms, als het moet, ook boven mij. Zoals het hoort.
Als je de instelling hebt zoals in het gesprek vraag ik me af of het beeld van methodeslaaf echt tijdens groepsbezoeken is boven komen drijven. Ik vraag me af of er überhaupt weleens in de klas wordt gekeken of hebben we hier te maken met louter een bureaufunctie?

“…… het zou een groep van tien kinderen kunnen zijn.” (5:15)

De praktijk is natuurlijk dat we te maken hebben met groepen van 30 kinderen. Waar de andere twintig blijven is een onopgelost raadsel. Waarschijnlijk heeft een collega dan een groep (klas mag je niet zeggen) van 50 kinderen. Anders zie ik werkelijk niet waar de oplossing voor het lerarentekort ligt in deze. 

“We moeten het feit dat er voor iedere klas een leerkracht staat echt los laten om het leren meer inhoud te geven.” (5:26)

Een achteloze zin waarin heel gezegd wordt:
-       We moeten iets loslaten. Dit is een andere bekende vernieuwersmantra. Ga er tegenin en je bent een ouderwets dwarsligger. Waarom we het moeten wordt niet degelijk onderbouwd.
-       Het leren heeft op de manier waarop we momenteel lesgeven en werken met kinderen blijkbaar minder inhoud. Da’s nogal wat om te horen. Er wordt niet onderbouwd hoe er meer inhoud komt door het inhuren van kunstenaars en reisbureaumedewerkers. Ik zie het vooralsnog niet.

“Het is een heel korte opleiding (pedagogisch en didactisch handelen BM) waar bij mensen (onbevoegden BM) snel beschikbaar zijn.” (9:55)

De onbevoegden van buitenaf kunnen door middel van een heel korte opleiding dit in de vingers krijgen. 
Dus resumerend: mijn didaktiek bestaat uit het oplepelen van de handleiding en mijn pedagogisch handelen had ik wel in een korte cursus kunnen leren. Doek de PABO maar op zou ik zeggen.
Pedagogisch handelen betekent omgaan met kinderen met faalangst, ADHD, Pdd-Nos, dyslexie, kinderen waar niets mee is, verlegen kinderen, dyscalculie, kinderen uit bedreigende thuissituaties, kinderen die mishandeld worden en ik vergeet een heleboel zaken. Dat is soms spitsroeden lopen en vraagt veel. Na vele jaren loop ik nog steeds tegen verrassingen aan. Gelukkig heb ik een gedegen opleiding en een ervaringsbasis om hier mee om te gaan. 

“Je onthoudt nooit de leerkracht die zo goed rekenen gaf.” (10:55)

Iemand schreef naar aanleiding hiervan: “Het gaat ook helemaal niet om mij.” Het gaat erom dat ze op de lange duur onthouden wat ik ze leer. Dat ze mijn grapjes nog weten en zich kunnen herinneren hoe ik voorlas is een bijkomende prettige bijzaak. Ik streef er wel naar, maar het is niet mijn doel. 

Daags na dit gesprek was de Twitterstorm compleet. Ik raakte in gesprek met Joke Middelbeek en het geheel was helaas geen slip of the tongue. Tegenstanders hadden het allemaal verkeerd begrepen. Daar waar extra uitleg werd gevraagd kwam deze helaas niet. 
Een reactie was “Maar stel nou dat het wel werkt ….”. De eerste drie woorden impliceren een experiment. Een kwalijk, zogenaamd vernieuwend experiment. Ik kan het niet vaak genoeg benadrukken. Met kinderen experimenteer je niet. Nooit. Je draait zachtjes aan de knoppen en houdt de vingers aan de knop om ook weer snel terug te kunnen draaien.

Voorts kreeg ik te horen dat ik verbinding moest zoeken en uitgaan van denkkracht. De verbindingsmantra werd weer gretig uit de kast gehaald. Daar waar ik deze best wil zoeken is het ook soms goed te constateren dat er soms geen verbinding mogelijk is. De verschillen zijn soms niet te overbruggen. 
Iets zegt me dat het lerarentekort hier wordt gebruikt om een vernieuwing door te drukken bij de leerkrachten die al murw zijn. Een verkeerde actie op een verkeerd moment. 

Het moge duidelijk zijn dat ik ook geen voorstander van het genoemde plan ben. Ik snap dat het water in deze wijken aan de lippen staat (in mijn tijd renden bevoegde invallers die gepokt en gemazeld waren soms gillend weg. Letterlijk. ) en dat er iets moet gebeuren.
Een experiment (met kinderen !) van vier jaar betekent weer vier jaar uitstel van echte maatregelen. Verloren tijd. De echte oplossing zit natuurlijk in het beter belonen van leerkrachten in dergelijke omstandigheden, financieel helpen bij het zoeken naar een betaalbaar huis, kleinere groepen, meer bevoegde handen, goede begeleiding van starters, parkeerkosten verlichten en andere ingrepen. Waarom hier niet mee geëxperimenteerd wordt is mij inmiddels een raadsel. Ik denk dat je mensen hiermee over de stadsgrens trekt. En als het niet zo is hebben de kinderen alvast niet geleden.
Deze oplossing is desastreus voor de mensen die nu in deze wijken werken. Zij moeten, onder loodzware omstandigheden, onbevoegden begeleiden en ontspoorde klassen in het gareel krijgen. Wat er ondertussen in de groep gebeurt is niet helemaal duidelijk. Hoe het met (eind)verantwoordelijkheid en andere zaken zit is niet duidelijk. 
Kinderen met minder kansen krijgen hierbij vier jaar lang substantieel minder effectieve lestijd. In het meest ongunstige geval is dat 20% van vier jaar en dus 10% van hun volledige basisschoolloopbaan. Een flinke slok op een borrel. Dat kan natuurlijk niet.
Ongetwijfeld zullen mensen nu zeggen dat er iets moet gebeuren. Dat benoem ik ook in de alinea hierboven maar kinderen mogen nooit als experimenteermateriaal gebruikt worden. De oplossingen moeten buiten de kinderen gezocht worden. Zeker als hun kansen alleen maar vergroot kunnen worden door kwalitatief goed onderwijs en niet door het invliegen van een violist, aquarellist of reisbureaumedewerker. 
Het is simpel: bevoegd geeft les aan de groep, onbevoegd niet. Zullen we daar maar niet aan tornen?

Bertus Meijer / Onderwijsenzo
Mei 2020


donderdag 19 maart 2020

069. Trots op ons






Trots op ons

Dag school.
Dag lokaal.
Dag kast met mooie boeken.
Dag vergeten drinkbekers.
Dag bord met doelen voor gisteren.
Dag leeg plein met rommelige zandbak.
Dag alles ....
Tot ziens.

Ineens was alles anders. Ineens moesten we roeien met nog kleinere riemen.
Afgelopen vrijdag ging de klas naar huis en ik voelde al iets. Ik nam afscheid met een “tot ziens” in plaats van het gebruikelijke “tot dinsdag”. Niet eens bewust. Sommigen hadden het door. Ik zag het. Ze zeiden het niet. Ik lachte het wat weg.
En laat in het weekend kregen we het bericht dat de scholen op maandag niet open zouden gaan. Steek in de maag, beetje paniek, even peinzen en aan de slag. Als je, zoals ik, niet van verrassende nieuwe dingen houdt een overrompelend bericht.

Veel WhatsApp verkeer later kwamen we maandag als team bij elkaar. Letterlijk op afstand van elkaar en een aantal collega’s via Skype. Dat was raar en vertrouwd. Dat was vreemd en goed. En in ons team wordt over van alles gediscussieerd. Soms te lang en te gedetailleerd ….. maar nu niet. Ineens waren we een eenheid. Samen hebben we die dag bergen verzet. Aan het eind van de dag waren we er allemaal twijfelend klaar voor. En dinsdagmorgen gingen onze digitale klassen al open. De kinderen stroomden al snel toe. 

We hebben ervoor gekozen om veel herhalingstaken klaar te zetten (nieuwe dingen uitleggen doen we maar even niet). Maar niet teveel. Niet doceren, wel doseren. De kinderen zijn al bekend met digitale leeromgevingen en ik ga er, een beetje gedwongen door de omstandigheden, ook aan wennen. De kinderen hebben een lieve brief van ons gekregen en we hebben ze een hart onder de riem gestoken. We hebben ook een filmpje voor ze gemaakt waarin we zeggen dat we er gewoon zijn. 
De ouders reageren hartverwarmend. Ze waarderen onze inzet en laten dat ook weten. 

Gisteren (dinsdag) was ik voor het laatst op school. Ik had oppasdienst en heb met mijn 2 parallelcollega’s een script voor de afscheidsfilm (groep 8) in de grondverf gezet. Deels omdat we dat wilden en deels omdat het een vertrouwde, leuke klus is. Daar waren we aan toe. We zaten alle drie weer verspreid over het lokaal. 
Naar huis gaan was even slikken. Wanneer kom ik weer terug? Hoe lang gaat dit duren? Wanneer zien we elkaar weer? Ik schreef thuis bovenstaand gedichtje. Een beetje verdrietig. 

En toen gebeurde het ……….

Ik opende Facebook en Twitter en werd overweldigd door alle initiatieven, ideeën en positieve berichten van onderwijscollega’s. We hebben ineens laten zien zoveel draagkracht te hebben.
Daar waar we vaak mopperen op elkaar en drammerige meningen hebben zijn we nu ineens samen bezig het beste te zoeken en vinden. We wisselen tips uit en we helpen elkaar.
Ook is het fijn dat aanbieders en uitgeverijen de software open gooien en iedereen de kans geven aan de slag te gaan. 
Het aantal initiatieven is overrompelend. 

We moeten opletten dat we niet op de details gaan zitten. De grote lijn is duidelijk. Onderwijs is voor mij, als je alle ruis afpelt,  niet meer dan een leerkracht en een groep kinderen. Die basis is eigenlijk onveranderd. Neem dat als startpunt.

We weten niet hoe lang het gaat duren. 
We weten niet wat er gaat gebeuren. 
We weten nog zo weinig.
We maken allemaal nieuwe dingen mee.
Maar we komen er wel uit …. samen.
Dat weet ik zeker.
Dat is mijn houvast.

Bertus Meijer
Onderwijsenzo
Maart 2020 



dinsdag 25 februari 2020

068. Het negende gebod van Stijn: "Wees bezeten van uw vak"

 

De tien geboden van Stijn de Paepe.
Nummer 9: Wees bezeten door uw vak 
 

Stijn de Paepe noemt zich een moderne Vlaamse rederijker. Sinds september 2016 schrijft hij dagelijks een dagvers in de Vlaamse krant “De Morgen”. Onlangs bestond het vers uit tien geboden voor het onderwijs. In deze reeks columns licht ik er steeds eentje uit.

Vandaag nummer 9: “Wees bezeten door uw vak.”

In dit gebod zijn twee woorden te vinden die aandacht verdienen; bezeten en vak.

Bezeten:
Ik kom op internet een aantal betekenissen tegen: idioot, driftig, manisch, panisch, fanatiek, geschift, maniakaal, stapelgek, doldriftig, verkikkerd, waanzinnig, krankzinnig en hartstochtelijk. (1)
Ik geloof niet dat dit erg positieve omschrijvingen zijn. Zou de schrijver echt willen dat ik manisch, panisch en krankzinnig ben van mijn vak? Ik denk het niet. Ik hoop het niet.
Ik verzet me altijd tegen mensen die het vak als een roeping zien. Die alles doen voor hun kindjes. Zelfs voor niets. 
Die insteek is weinig professioneel en koren op de molen van politici. Die sneutjes doen het zelfs voor niets ….. met hun salariseisen. Onderwijs als betaalde vrijwilligersbaan. Dat moeten we collectief niet willen.
En een roeping is het ook niet. Het is gewoon werk. Werk dat ik met 100% inzet doe (mensen die 200 zeggen kunnen niet rekenen en mogen alleen al om die reden al niet voor de klas), maar met mijn roeping doet mijn hypotheekverstrekker niets. En geef hem eens ongelijk.

Maar een zekere andere bezetenheid moet er wel zijn. De ontwikkelingen gaan snel. Soms goed en soms slecht. Soms effectief en soms ineffectief. Soms traditioneel en soms vernieuwend. Soms kansen vergrotend en soms desastreus voor gelijke kansen.
Ik probeer, ook voor Onderwijsenzo, de actuele ontwikkelingen bij te houden. En ik moet zeggen dat dat een klus is. Mijn belangrijkste bron van informatie is Twitter. Daar worden veel onderzoeken, actualiteiten en artikelen gedeeld. De toon is soms hard en onredelijk. Prik daar doorheen en je hebt een schat aan informatie. Informatie om je vak te verbeteren.
In die zin heb ik een zekere bezetenheid. Een professionele bezetenheid in plaats van de eerder genoemde roeping-gestuurde bezetenheid. Een gezonde bezetenheid die mij en de kinderen hopelijk iets oplevert. 

Vak:
Ook hier vind ik meerdere betekenissen: beroep, baan, job, ambacht, schoolvak, leervak.
Meer gezonde betekenissen dan ik vond bij bezetenheid. Het woord ambacht spreekt mij altijd zeer aan.

Een ambacht:
“Ambacht is het met de hand maken van producten en goederen. Anders dan bij industriële productie worden ambachtelijke producten elk per stuk met machines en handgereedschap gemaakt. Geen voorwerp is precies hetzelfde omdat er altijd afwijkingen ontstaan. Wie ambachtelijke producten maakt, werkt met zijn of haar handen. Het werken met de hand is tijdrovend en kostbaar, omdat de producten niet in groten getale uit een machine rollen. Zij worden elk per stuk gemaakt.”
De insteek van deze definitie is gericht op producten. Zie de les als een product van de meester en je ziet veel moois.
De lessen worden per stuk gemaakt. Iedere les weeg je af en denk je na. Wat is goed voor de kinderen, waar help ik ze mee verder, hoe controleer ik dat, welke stappen neem ik daarna? 
Geen kind is hetzelfde. Daar hou je als ambachtsman (-vrouw) rekening mee. Het is handwerk. Daar komen de mooiste werkstukken uit, want ze zijn met liefde gemaakt. Je ziet als buitenstaander dat het geen lopende bandwerk is. Want vakmanschap is meesterschap.

Vakmanschap is meesterschap. Vroeger (ok, boomer) werd dat gewaardeerd. Een vakman had aanzien. Geen mens zou het in zijn hoofd halen de ambachtelijk werkende meubelmaker te bekritiseren op zijn meesterstuk. Want het is een meesterstuk dat wij dagelijks afleveren (excuses aan alle vrouwelijke leerkrachten. Uiteraard bedoel ik jullie ook, maar juffenstuk is een beetje een mal woord). 
De huidige waardering voor de meesterstukken die wij dagelijks afleveren is wel heel laag. Ik heb dan over de reacties die je soms op internet krijgt, de waardering door de politici en de benadering door sommige ouders. We liggen echt op heel veel fronten onder vuur.
Ons meesterstuk staat onder constante druk. 
Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar onder druk lever ik niet de beste prestaties. Ik ga fouten maken, ik ga me haasten en dingen vergeten. Mijn meesterstuk is soms een flodderwerkje ….. een wankel IKEA kastje.

Nu kunnen we wachten en zeuren hierover, maar we kunnen ook proberen zelf ons vakmanschap terug te grijpen. Want we hebben best zaken uit handen gegeven. 
Dat verdienen we, maar het schept ook verplichtingen.
Ik zal met het laatste beginnen. Eerder in dit stuk schreef ik dat je een zekere bezetenheid moet hebben om de laatste ontwikkelingen bij te houden. Daar schort het best nogal aan. Ik weet waar ik het over heb. Mijn genoemde professionele bezetenheid is ook iets van de laatste vijf jaar. Voor die tijd heb ik lang een beetje aangerommeld. Wil je je vak professioneel verstaan dan zal je echt moeten weten wat er speelt. Ook al is het veel. Noblesse oblige. Als je voor vol aangezien wilt worden zul je je voor vol moeten gedragen. 

Dan laten we zien dat we het ook echt verdienen. Dat we een beter salaris verdienen, dat we een normale werkdruk verdienen, dat we betere voorwaarden verdienen ……. Dat de huidige situatie niet gezond is voor welke betrokkene dan ook. 
Zodat we tegen iedereen kunnen zeggen; “Vak you, als je mij niet serieus neemt. Want vakmanschap is meesterschap.”

Bertus Meijer / Onderwijsenzo
Februari 2020

Literatuur:


donderdag 20 februari 2020

067. Voorlezen, een zinvolle tijdvuller


 

VOORLEZEN, EEN ZINVOLLE TIJDVULLER
Make it a rule never to give a child a book you would not read yourself
George Bernard Shaw

Het is vakantie. Voor een hartstochtelijk lezer een heerlijke tijd. Ik lees graag romans die met boeken en lezen te maken hebben. Zo ontdekte ik pas het boek “De lessen van meneer Picquier” van Mark Roger. (1)
Het gaat over een oudere man die vroeger eigenaar was van een boekwinkel. Hij zit nu in een verzorgingstehuis en er ontstaat een vriendschap met de jonge Gregoire. Gregoire blijkt een begenadigd voorlezer. De jonge voorlezer krijgt al doende een aantal belangrijke levenslessen mee.
Ze bestaan dus …. beroepsmatige voorlezers. Was ik dat maar geworden. Wist ik dat maar eerder. Een heerlijke introverte bezigheid die extravert lijkt. Mij op het lijf geschreven. Mensen bespelen en zelf op veilige afstand blijven. Zoiets als de fotograaf op feestjes zijn.
Ik ken mijn beperkingen en mijn sterke kanten. Mijn gymlessen zijn gezellig. Ze bewegen allemaal en dat is het wel. Mijn zangstem is niet geweldig en ik leef op YouTube. Maar .....
klassen tot rust brengen met mijn stem en een goed verhaal laten leven is een sterke kant. Ik ben een voorlezer. Ik ben Gregoire. 
Ik lees natuurlijk al tientallen jaren iedere dag voor. Dus verdien ik er een deel van mijn geld mee. Maar ik snuffel de laatste tijd aan andere mogelijkheden. Boeken inspreken, voice-over werk en andere zaken. 

Toen ik op de pedagogische academie zat was voorlezen het eerste dat je mocht doen als je stage ging lopen in het eerste jaar. Na drie weken mocht ik ook. Op van de zenuwen, thuis voor de spiegel en ouders geoefend. En het werd een onvergetelijke ramp. Ik raffelde de tekst in anderhalve minuut af. Het was een Bijbelverhaal. Weet niet eens meer welk verhaal.
Voorlezen werd op de opleiding gezien wat je wel even deed. Om te wennen aan een groep. Als vers student. Nee dus. 
De manier waarop ik nu voorlees is het resultaat van jaren schaven en verbeteren. Van honderden vlieguren maken en doorzetten.

Dat wat ik al doende leerde staat in het boek van Meneer Picquier. De schrijver heeft woorden gegeven aan mijn leerproces.

Ik zal een aantal van de tips hieronder delen. De insteek is anders dan de bekende lijstjes met snelle tips. Maar ze raken voor mij de kern en de kracht van voorlezen. 

-       “De kunst van het lezen voor publiek is de tekst te laten horen als het de eerste keer is.” (pag 44) (1)
Soms veins ik verrassing. Ik leg in mijn toon een verbazing over wat er nu toch allemaal weer met Stach gebeurt. Ook al ken ik de tekst inmiddels bijna uit mijn hoofd. Mijn verbazing maakt de luisteraar nieuwsgierig. We gaan met elkaar op avontuur. Ik laat me blijkbaar ook verrassen. De meester is voorlezer en luisteraar tegelijk. 

-        ‘Eigenlijk moet je dus bluffen; ik moet foutloos lezen en toch klinken alsof ik de tekst net ontdek” (pag 44) (1)
De momenten waarop het voorlezen niet lekker liep waren de momenten waarop ik plompverloren met een tekst op schoot begon. Om enkele verloren minuten te vullen. Zonder de tekst eerst gelezen te hebben. De tekst kwam redelijk vlekkeloos mijn mond uit. Maar ik moest de tekst zelf nog zoeken. Ik aarzelde ongemerkt omdat ik niet wist waar de schrijver heen wilde. De kinderen voelden dat en de aandacht verslapte.
Die aandacht is toch een wonder. Denk eens in; alleen met je stem en een goed verhaal breng je een dertigtal kinderen in een andere wereld. Een andere werkelijkheid. En het mooie is dat ieder kind zijn eigen verhaal maakt. Jij reikt aan. Jij geeft hen die gelegenheid. Hoe beter je dat doet, hoe mooier het verhaal wordt.

-       “Nooit beginnen voordat je gehoor zich heeft geïnstalleerd.” (pag 55) (1)
Voorlezen als rustbrenger. In mijn beginjaren begon ik weleens met voorlezen terwijl de klas nog onrustig was. Ze werden stil maar je voelde dat ze niet echt in het verhaal zaten. Het leefde niet. Ze hadden iets gemist. Een beginritueel (bij mij is dat op de kruk gaan zitten en de mok koffie naast me neerzetten. Altijd. Als ik dat doe weten ze wat er gaat gebeuren) en een deel van het verhaal. 

-       “Zonder repertoire is een mooie stem niets waard. Het repertoire maakt de lezer.” (pag 74) (1)
Een goed stemacteur weet dat een mooie stem bijzaak is. Het gaat erom dat je de boodschap van de opdrachtgever weet over te brengen. Dat is je doel. De stem is een middel. Je staat in dienst van de opdrachtgever. Je staat in dienst van het boek. De boodschap leest de toehoorder niet zelf maar moet jij aanreiken.

-       “Had ik de tekst tot leven gebracht zonder teveel plaats in te nemen?” (pag 76) (1)
Omdat je in dienst staat van de tekst moet je zelf niet te veel plek innemen. Wees karig met het gebruik van stemmetjes. Ten eerste is het knap vermoeiend maar je loopt ook grote kans de fout in te gaan en de verkeerde stem op de verkeerde plaats te gebruiken. Ik heb ooit de opperheks uit “De heksen” een schitterende kraakstem gegeven. Ik wist alleen niet dat ze nog veel te zeggen had. Het deed mijn stem geen goed. Als je goed voorleest hoort de luisteraar de stem zonder deze te horen.

-       “Begin met het verkennen van je eigen voorkeur. Je kunt alleen goed voorlezen wat je mooi vindt.”(pag 74) (1)
In de loop der jaren heb ik een vast repertoire aan voorleesboeken opgebouwd. Klassiekers als De Heksen (Roald Dahl) en Matilda van dezelfde schrijver doen het natuurlijk altijd goed. Deze boeken zitten in mijn systeem. Maar ook een recent boek als Lampje is een prachtig boek om voor te lezen. Ik ken het verhaal en kan in mijn stem klemtonen leggen die later in het verhaal van belang blijken te zijn.
Soms pak ik een boek en het lijkt al lezende een goed voorleesboek te zijn. Maar al doende bleek het voor mij en dus voor de kinderen een vervelend, langdradig verhaal te zijn. Dan stop ik. Voor de kinderen die het verhaal wel waarderen laat ik het boek als stilleesboek liggen.

-       “……de transparante voorlezer, die met lichaam en ziel verdwijnt in de woorden die hij uitspreekt. Alleen het boek moet stralen.” (pag 76) (1)
Het is tegenwoordig in om interactief voor te lezen. “Bij interactief voorlezen ga je met de kinderen in gesprek over het boek. Dit doe je vooraf, tijdens en achteraf.” (2) 
Het streven is nobel: een kind ontwikkelt zijn (mondelinge) taalvaardigheden, herkennen situaties uit het dagelijks leven en zal daarover vertellen. Maar het haalt, zeker tijdens het verhaal, de magie en de vaart eruit. Je haalt de kinderen uit hun zelf gecreëerde wereld met je vragen. Soms willen ze daar helemaal niet mee aan de gang. Doe het achteraf. En alleen dan. Soms.

-       “Niet alleen ontstaat er een genegenheid tussen de voorlezer en zijn gehoor, maar het moment van het lezen zelf leidt tot een saamhorig luisteren.” (pag 188) (1)
Voorlezen heeft ook een niet uit te vlakken sociaal aspect. Je maakt gezamenlijk iets spannends, leuks, verdrietigs of vrolijks mee. Je ziet hoe de anderen daarop reageren. Je merkt hoe je er zelf mee omgaat. En dat is de veilige setting van de klas bij je eigen leerkracht met je eigen vrienden om je heen. Dan is het niet erg als je verdrietig bent omdat Akkie doodgaat. Dan mag je blij zijn als Matilda de Bulstronk verslaat. Dan zie je dat je niet alleen staat. Ik geloof echt in deze kracht van verhalen in deze. Meer dan in SOVA mapjes met een wekelijks lesje met energizende oefeningen die voor kinderen uit de lucht komen vallen.

-       “Onthoud dat luisteren zwaar werk is” (pag 78) (1)
Eigenlijk vragen we veel van de kinderen. Ze horen voor de eerste keer een tekst. Moeten deze meteen begrijpen en duiden. Even terugbladeren gaat niet. Soms wordt er een taalgebruik gehanteerd dat ver van hun eigen thuistaal afstaat. Dat is zwaar werk. 
Gerrit Komrij zei al: Van alle redenen om een boek te lezen is plezier wel het meest in ongenade geraakt.”

Laten we ze voorlezen en voorleven. Elke dag weer. Voorleven dat verhalen (voor)lezen leuk is, leerzaam is en gedachten en ideeën kunnen laten wankelen. Dat is al doel genoeg.

Bertus Meijer / Onderwijsenzo
Februari 2020

Literatuur:
1.     De lessen van meneer Picquier – Mark Roger 
Uitgeverij A.W. Bruna te Amsterdam
2020
ISBN 978 940 051 170 5