Posts tonen met het label pedagogiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pedagogiek. Alle posts tonen

dinsdag 13 augustus 2019

048. Het zevende gebod van Stijn: "Immer zult gij authentiek zijn"


 

De tien geboden van Stijn de Paepe.
Nummer 7: Immer zult gij authentiek zijn 


Stijn de Paepe noemt zich een moderne Vlaamse rederijker. Sinds september 2016 schrijft hij dagelijks een dagvers in de Vlaamse krant “De Morgen”. Onlangs bestond het vers uit tien geboden voor het onderwijs. In deze reeks columns licht ik er steeds eentje uit.

Vandaag nummer 7: “Immer zult gij authentiek zijn.”

“Wees jezelf” zei ik tot iemand.
Maar dat kon niet.
Hij was niemand.
(P.A. de Genestet)

“Wees jezelf maar. Er zijn al genoeg anderen.”

We willen graag authentiek gevonden worden. In de volksmond is dat hetzelfde als “jezelf zijn”. Wat er precies mee bedoeld wordt blijft altijd een beetje in de lucht hangen. 

Dus wat is dat eigenlijk? Authentiek
Het puzzel-synoniemen-woordenboek geeft de volgende 17 synoniemen: 1) Betrouwbaar 2) Echt 3) Eigenhandig geschreven 4) Geloofwaardig 5) Live 6) Niet vervalst 7) Onverdacht 8) Onvervalst 9) Oorspronkelijk 10) Origineel 11) Realistisch 12) Rechtsgeldig 13) Sluiting van een muziekstuk 14) Waar 15) Waarachtig 16) Waarlijk 17) Werkelijk afkomstig. (1)

Ik denk dat in ons werk voor de klas de nummer 1,2,4,9,11,14 en 15 van belang zijn. 
Als leerkracht ben je de hele dag met kinderen en volwassenen bezig. Je praat, doet voor, je leeft voor, je gaat om met emoties, je bent zelf weleens geëmotioneerd, je hebt te maken met ouders, je overlegt met collega’s en je hebt te maken met externen. Het lijkt me moeilijk en vermoeiend om steeds maar weer een rol te spelen en niet authentiek te zijn. Ik zou snel door de mand vallen.
En we kennen ze allemaal. De mensen die een pose aannemen en niet authentiek zijn. Een blinde ziet en een dove hoort de gemaaktheid.

Ik had eens een interim-directeur die na een woedeaanval van mij consequent zei: “Bertus, ik ben je dankbaar voor je feedback. Het is als een cadeau.” Zaak is dan naar de ogen te kijken. Ze vertelden iets anders. Hij kon me, terecht, wel wat aandoen. 

Waarom is authenticiteit van belang?
Arja Kerpel stelt op Wij-leren dat de volgende zaken van belang zijn om tot een goed pedagogisch klimaat te komen.
  1. De leerkracht moet aandacht hebben voor de kinderen en zich in hun situatie in kunnen leven.
  2. De leerkracht moet authentiek zijn en gezag hebben.
  3. De leerkracht moet vertrouwen in zijn leerlingen hebben. Hij ondersteunt het zelfvertrouwen van de kinderen, door hen het gevoel te geven dat ze het kunnen.
  4. De leerkracht heeft respect voor zijn leerlingen en bevordert het onderlinge respect tussen de kinderen.
  5. De leerkracht moet zorgen voor een ordelijke en functionele leeromgeving. Het geeft rust en veiligheid als de kinderen weten waar alles staat en welke functie het heeft.
  6. De leerkracht stimuleert de zelfstandigheid en het verantwoordelijkheidsgevoel bij de kinderen.
  7. Er zijn heldere regels, dat schept duidelijkheid. Het beste is als er in de school duidelijke omgangsregels zijn afgesproken.
  8. Er is een goede structuur in de groep, dat biedt zekerheid.(2)
In het kader van deze column is nummer 2 van belang, maar ik deel ze graag allemaal. Ik vind het van belang dat authenticiteit en gezag (= aanvaarde macht) in een enkele zin worden genoemd. Ben je niet authentiek dan wordt je “macht” niet aanvaard. De kinderen weten dat je jezelf niet bent. Ik wist precies wanneer mijn moeder vroeger “namaakboos” was. En daar maakte ik dan weer dankbaar misbruik van. Ook hier keek ik weer naar haar ogen. De spiegel van de ziel zeggen ze weleens. 
Dit geheel betekent dat je best op kleine punten mag verschillen van je collega’s. Uiteraard moet de rode lijn binnen de school hetzelfde zijn. Daar heb je voor gekozen toen je op een school kwam te werken. Maar kinderen zijn niet altijd gebaat bij een eenheidsworst aan leerkrachten. 
Ten eerste omdat de wereld ook niet bestaat uit eenheidsworst. Dat is fijn. Ik was blij dat ik na die strenge meester in de derde klas die aardige, lieve meester in de vierde kreeg. 
Maar vooral omdat leerkrachten anders in een te strak keurslijf moeten functioneren. Ze zijn niet meer authentiek. Dat lijkt me op de lange duur voor leerkrachten zeer lastig te handhaven. En voor kinderen niet wenselijk. Ik denk dat kinderen hierin flexibeler zijn dan we denken. Ze lezen de ogen ….

Pedro de Bruyckere ging voor zijn promotieonderzoek in 2017 op zoek naar de criteria die maken dat een leerkracht door de leerlingen als authentiek wordt ervaren.
Hij vond er 4:
1.    Leerkrachten moeten weten waar ze het over hebben. Hij weet de lesinhoud te vertalen voor zijn leerlingen. (expertise)
2.    Ze moeten positief gepassioneerd zijn zonder een vakidioot te zijn (passie)
3.    Ze moeten klas een leerlingen het gevoel geven uniek te zijn. Het curriculum is geen belemmering en hij past de lessen aan naar de behoefte van zijn klas (uniciteit)
4.    Ze moeten professionele belangstelling hebben voor hun leerlingen. Deze interesse is professioneel. De leerlingen worden geen vrienden.  (3) (4)

Opvallend is dat de eerste drie criteria over het vak gaan. Over het lesgeven. Zeker de nummers 1 en 3 zijn aan te leren. Maar ze zijn alle 4 onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze zijn allemaal een voorwaarde om in de ogen van de leerlingen authentiek te zijn.

Enkele opmerkingen bij de criteria:
·      Er is momenteel een discussie over de toelatingsexamens voor de PABO. Ze zouden te moeilijk zijn en een afschrikwekkend effect hebben. Het eerste criterium geeft aan dat kennis en expertise belangrijk zijn. Ik denk dat het niet de primaire taak van de PABO is om feitenkennis over geschiedenis of aardrijkskunde bij te brengen. Het lijkt me niet meer dan redelijk dat een stevige basis aanwezig dient te zijn voordat men aan de PABO begint. Laten we daar alsjeblieft niet aan tornen.
·      Uit het derde criterium blijkt dat het slaafs volgen van de methode niet aan te raden is. Dat vraagt ervaring en een goed inzicht in de leerlijnen. Durven loslaten. Zeker voor beginnende leerkrachten niet makkelijk. Hier ligt dus wel een taak voor de PABO.
·      En ik ben opgelucht dat ik geen vakidioot ben. Geloof ik …. J


Bertus Meijer / Onderwijsenzo
Augustus 2019

Literatuur:
5.    Pedro De Bruyckere, Authenticity Lies in the Eye of the Beholder. Proefschrift Open Universiteit, 2017.



zondag 31 maart 2019

025. Elke dag leuk


En als we eens een beetje gaan ontleuken …

Leuk en Like. De woorden verschillen niet veel. Zeker als je ze uitspreekt want lezen doen we toch al minder. We willen graag dat alles leuk is en zoveel mogelijk leuks (likes) verzamelen. Ook voor de kinderen willen we graag dat het vooral leuk is. 
Niet leuk geeft ondankbare gezichten en gemopper. Soms komen ouders klagen dat het saai is in de klas. En dat voelt niet gemakkelijk. Gelukkig weten kinderen op welke knoppen ze moeten drukken want de woorden “saai” en “niet leuk” worden te pas en te onpas geroepen.
Soms vraag ik niet eens meer hoe ze iets vinden omdat ik geen zin heb in het antwoord.

Social media hebben, denk ik, een belangrijke bijdrage hieraan geleverd. Je kunt foto’s, liedjes, berichten en wat dies meer zij met een enkele druk op de knop labelen als “leuk” of “niet leuk”. Een tussengebied is er niet. Zo ontstaat een zwart-witte wereld waarin nuance ontbreekt.
Ook op foto’s zien we vooral leuke en bloedmooie mensen met een leuk en meeslepend leven. Dat willen we ook! Dat is leuk!
Het wordt ook een beetje erin geramd doordat we, bijvoorbeeld bij de keuze van de vervolgschool zeggen: “Je moet vooral doen wat je leuk vindt.” Het kind neemt de beslissing en zaken als onderwijskundig concept zijn van minder belang.

Mijn ouders waren, denk ik, niet erg bezig met het feit of ik al dan niet dingen leuk vond. Ze lagen er alvast zeker niet wakker van. Ik hoor mijn moeder nog zeggen: “Als je het niet leuk vindt zet je maar lekker door. Ben je er weer snel vanaf.” Discussie gesloten. (Ze was een hordenmoeder en geen curlingmoeder. Vandaar.) Deze, door de huidige ogen gezien, Spartaanse opvoeding heeft me opgeleverd dat ik al snel dingen leuk vind en dat dat vooral kleine dingen zijn. Geef me mooi weer, een bibliotheekboek en een kop koffie op een terras en ik heb de middag van mijn leven. Niet opgeven, doorzetten en roeien met de riemen die je hebt. Het leven is niet altijd leuk. Als de (thuis)basis maar veilig en leuk is.

Op school gaan we graag mee met deze leukheidscultus. We proberen met toeters en bellen, met spiegeltjes en parels en met allerlei hulpmiddelen het allemaal “leuk” te maken.

Stijn van Hamme chargeert enigszins in zijn artikel 'Mag er nog geleerd worden op school of moet alles vooral leuk zijn?' (1)

Toch zijn er schrijft hij enkele zaken die van belang zijn. Hij stelt dat het welbevinden van de leerlingen in het hedendaagse onderwijs een te grote mate van aandacht krijgt. 
Ik citeer: “Lessen moeten speels en aangenaam zijn en het liefst nog volledig aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen. Sommigen gaan zelfs zo ver om het gebruik van rode balpennen te verbieden omdat dit een agressieve kleur is. Er heerst met andere woorden een ware dictatuur van het 'leuk zijn' in ons onderwijs. In die mate zelfs dat lessen waarbij leerlingen inhoudelijk uitgedaagd worden of iets bijleren bijna als duivels worden beschouwd. Kortom, feel good primeert op inhoud.”
Het is, denk ik, niet zo erg als hij aangeeft maar dat we overmatig inzetten op leuk is een feit.

Enkele zaken van belang:
Als we vooral aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen ontnemen we de kinderen de kans vaker buiten die belevingswereld te kijken. Ik denk dat we ze daarmee geen dienst bewijzen. We ontnemen ze de kans om buiten de betreden paden te treden en de wereld daarbuiten, vanuit een veilige setting, te verkennen. 

Kom op, we hebben zelf ook weleens onder het gemiddelde gescoord, werk teruggekregen vol rode correcties (ja, rood, daar schrikken we nu van) of een saaie les gehad. En we hebben het overleefd.

Ik denk dat een deel van onze werkdruk ook voortkomt uit de drang “leuk” onderwijs te geven met elke week wel een leuke extra activiteit.
·      We openen de Kinderboekenweek groots.
·      We zwaaien groep 8 uit met een bal, filmpremière en een cateraar.
·      We doen en een sportdag en de koningsspelen (Mijn school verplaatste de aloude sportdag naar de dag van de koningsspelen. Dat scheelt.)
·      Kerstmis is veranderd in een kerstdiner in de avond (Waarom in vredesnaam?)
·      Projecten worden groots geopend en weer afgesloten.
·      Sinterklaas komt niet meer gewoon aan op school.
·      De laatste middag voor een vakantie gaan we met de kinderen “chillen” met een Netflixfilm. (Want dat kan thuis blijkbaar niet)
·      We gaan lezen steeds leuker maken, want de kinderen lezen minder. Korte teksten en makkelijke boeken om ze maar te motiveren.
·      Enzovoorts ….

Psycholoog Lester Hoekstra stelt dat in de huidige leuk-cultuur rationele en verstandelijke overwegingen ondergeschikt zijn aan emotionele keuzes. (2) Emotionele keuzes geven op de lange duur geen voldoening. Ze vragen namelijk minder inspanning. 
Ik ben indertijd via de mavo doorgestroomd naar de havo om vervolgens de Pedagogische Academie te doen. Mijn keuze was leerkracht worden. De havo was een zure appel van enkele jaren waar ik doorheen moest bijten. Ik heb het best zwaar gehad die jaren maar had de verstandelijke keuze gemaakt dat ik voor de klas wilde. Havo was daarvoor nu eenmaal een vereiste. Ik heb doorgezet en de voldoening was groot. Groter dan ik ooit had ervaren als ik had opgegeven. Ik was niet bezig met geluk op het moment, maar met wat ik wilde bereiken. (2) De thuisbasis was een veilige haven om terug te komen. Maar doorzetten moest ik wel. Mijn ouders waren vooral bezig met mijn plaats in het toekomstig leven. Dat ik daarvoor soms onprettige dingen mee moest maken hoorde erbij. Ratio boven emotie.

Tegenslagen horen erbij. Op iedere leeftijd. Het is goed om daar al jong mee geconfronteerd te worden. 
Psychiater Dirk de Wachter heeft een leuke (!) theorie over het ontstaan van het vermijden van die tegenslagen. Volgens hem komt het door de “afschaffing van de hemel”. Er is niets meer na dit leven volgens steeds meer mensen. Daarom moet er zoveel mogelijk uit het leven op aarde gehaald worden. (3) De hemel op aarde is de nieuwe norm. Investeren in de toekomst hoeft nu.
Ook hij pleit voor het geluk vinden in het gewone en het kleine. Stel je weer eens kwetsbaar op. Laat zien dat het niet altijd zonneschijn is.

Vertaald naar school kun je stellen dat het helemaal niet zo erg is om kinderen met tegenslagen te confronteren. De kracht van het woord “nog” is dan groot. (4) Daarmee laat je zien dat je iets nog niet kan, maar dat het een kwestie van tijd is voordat je de zaken ook beheerst. Laat kinderen niet op hun snuit gaan, maar confronteer ze ook met het feit dat ze iets nog niet kunnen. Nog niet beheersen. De pil hoeft niet altijd verguld te worden. En soms zal het na het “nog” ook niet lukken. Wees dan de veilige basis waar dat ook mag.

Ik had jaren terug een stagiaire en ving tijdens een les het volgende gesprek op:
Stagiaire: “Wat is de hoofdstad van Polen.”
Leerling: “Wenen”
Stagiaire: “Bijna goed, het begint ook met een W.”
Toen ik later vroeg waarom ze dit zei antwoordde ze: “Anders is het niet leuk. Als ik zeg dat het fout is. Dat haalt de motivatie weg.” 
Wat een ongelooflijke onzin! En wat een onderschatting van het kind. Ze weten het antwoord niet, maar ze zijn niet gek.

Schrappen in “leuke” activiteiten kan ook geen kwaad. Neem eens een willekeurig schooljaar en zet alle activiteiten die groots en met veel tamtam worden georganiseerd eens op een rijtje. Vraag je eens af waarom je op het op die manier doet. Schrap of minimaliseer de zaken eens die vooral worden gedaan voor het “leuk”. Dat scheelt werkdruk en je kan de gelden voor de eventmanager inzetten voor zaken die kinderen echt in hun ontwikkeling ten goede komen. Dat lijkt mij onze taak.

Bertus Meijer / Onderwijsenzo
April 2019 

Literatuur :


Verder lezen :
-      Column over de schoolkeuze en het element leuk: http://www.janverweij.com/afleuken-column-omo/


donderdag 24 januari 2019

007. Kinderen waar niets mee is ....




Ik breek een lans voor de kinderen “waar niets mee is”.


Ik plaats geregeld allerlei foto’s en dergelijke op mijn pagina en verbaas me over de inmiddels voorspelbare reacties.

·     Als ik een foto van een klaslokaal plaats begint men al snel te klagen dat de prikkels te veel zijn voor sommige kinderen. (Citaat: “Als ik zo inricht ga ik stuiteren en heb ik ook 25 stuiterballen in de klas.”)
·     Als ik opper dat spelling ook op bij topotoetsen mee moet tellen wordt al snel geroepen dat dat niet wenselijk is omdat je dan de dyslectische kinderen benadeelt. (Citaat: “Lekker zeg als je dyslexie hebt. Zo heb je nooit een kans. Spelling dus nooit meetellen. Zo oneerlijk dit.”)
·     Als ik bepaalde werkvormen in het zonnetje zet is men het er niet mee eens want de meer begaafde slimmeriken komen niet aan hun trekken. (Citaat: “De slimme kinderen zijn dan zo klaar. Heb je wel nagedacht wat zij hiervan leren?”)
·     Als we kinderen juist wel uitdagen wordt er weer gezegd dat we de kinderen met faalangst dan overvragen en hun problemen vergroten. (Citaat: “Je zal maar faalangst hebben en zo benaderd worden. Slechte leerkracht die dit doet.”)

Wat is dat toch? 
Die neiging op hoge toon collega’s (!) de maat te nemen en vervolgens met de vinger wijzend naar anderen de hele organisatie willen organiseren rondom een kleine groep kinderen?
En hoeveel van die groepen zijn er inmiddels: prikkelgevoelig, hooggevoelig, hoogsensitief, ADHD, dyslectisch, meerbegaafden, faalangstigen enz.
Vergeten we de kinderen “waar niets mee is” niet af en toe? Het lijkt alsof die er een beetje bij inschieten.

Er zijn bijvoorbeeld kinderen die een lokaal waar veel te zien is juist prettig vinden. 
Ik weet dat ik vroeger heerlijk kon wegdromen bij de wandplaten en Bijbelse viltfiguren. Ik woonde in zo’n kasteel en vocht mee met de ridders. Ik liep met het volk door de woestijn onder leiding van Mozes. Sommige oud-leerlingen hebben het nog over de beelden, de schilderijen en andere zaken in mijn lokaal.
Als je echt denkt dat al (!) je leerlingen en jij gaan stuiteren van een prikkelrijke omgeving moet je je afvragen of het probleem bij alle kinderen of bij jezelf ligt. Wat is trouwens stuiteren en waarom is dat erg? Kun je wellicht je lokaal zo inrichten dat de stuiteraars en de “wandplaatkijkers” aan hun trekken komen.

Spelling niet mee laten tellen met toetsen in andere vakken is natuurlijk vreemd. Dat heb ik in een eerder blog al aangegeven. Het doel van spellingonderwijs is juist dat het op geautomatiseerd niveau wordt gehanteerd in alle taaluitingen. Of hoeven ze alleen maar goed te spellen in het werkboek spelling en met een dictee? En ja, ik houd rekening met alle kinderen, maar vraag ook aan de kinderen een zekere inspanning. Dat hoort toch tot onze kerntaak.

Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

Ik pleit ervoor om ook aandacht te besteden aan de kinderen “waar niets mee is”. Zeker na de invoering van Passend Onderwijs dreigt deze groep ook in de verdrukking te raken. De anderen vragen blijkbaar zoveel aandacht van ons dat ze vergeten dreigen te worden. We gaan helemaal op in de kinderen “waar iets mee is”.

Kinderen “waar niets mee is” zijn kinderen die label-loos door het leven gaan, die de stof makkelijk oppikken en soms wat extra uitleg nodig hebben, die sociaal goed in de groep liggen en gedragsmatig geen uitschieters hebben. Soms moet je ze waarschuwen waarna ze weer in het gareel meedraaien. Ze hebben vaak II en III scores.

Bedenk eens welke leerlingen dat in jouw groep zijn. Het zijn er meer dan je denkt. 
Kijk vervolgens eens in je leerlingvolgsysteem. Je herkent deze leerlingen aan het feit dat er weinig aantekeningen over hen in dit systeem staan. Ze hobbelen al jaren probleemloos mee. Van die leerlingen waar van je soms zegt; “Van hem wil ik wel een klas vol hebben.” Hun onderwijs is al snel passend want het is al gauw goed.

Ik denk dat ik zelf vroeger zo’n leerling was. De lessen ben ik vergeten. Ik herinner me vooral de momenten waarop de leerkracht ook aandacht voor mij had. De momenten dat ik ook even in het zonnetje stond.
Zullen we eens proberen een keertje per week ook de leerling “waar niets mee is” in het zonnetje te zetten en extra aandacht te geven? Ze horen er ook bij.

Bertus Meijer / Onderwijsenzo
Januari 2019