Posts tonen met het label vakmanschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vakmanschap. Alle posts tonen

dinsdag 25 februari 2020

068. Het negende gebod van Stijn: "Wees bezeten van uw vak"

 

De tien geboden van Stijn de Paepe.
Nummer 9: Wees bezeten door uw vak 
 

Stijn de Paepe noemt zich een moderne Vlaamse rederijker. Sinds september 2016 schrijft hij dagelijks een dagvers in de Vlaamse krant “De Morgen”. Onlangs bestond het vers uit tien geboden voor het onderwijs. In deze reeks columns licht ik er steeds eentje uit.

Vandaag nummer 9: “Wees bezeten door uw vak.”

In dit gebod zijn twee woorden te vinden die aandacht verdienen; bezeten en vak.

Bezeten:
Ik kom op internet een aantal betekenissen tegen: idioot, driftig, manisch, panisch, fanatiek, geschift, maniakaal, stapelgek, doldriftig, verkikkerd, waanzinnig, krankzinnig en hartstochtelijk. (1)
Ik geloof niet dat dit erg positieve omschrijvingen zijn. Zou de schrijver echt willen dat ik manisch, panisch en krankzinnig ben van mijn vak? Ik denk het niet. Ik hoop het niet.
Ik verzet me altijd tegen mensen die het vak als een roeping zien. Die alles doen voor hun kindjes. Zelfs voor niets. 
Die insteek is weinig professioneel en koren op de molen van politici. Die sneutjes doen het zelfs voor niets ….. met hun salariseisen. Onderwijs als betaalde vrijwilligersbaan. Dat moeten we collectief niet willen.
En een roeping is het ook niet. Het is gewoon werk. Werk dat ik met 100% inzet doe (mensen die 200 zeggen kunnen niet rekenen en mogen alleen al om die reden al niet voor de klas), maar met mijn roeping doet mijn hypotheekverstrekker niets. En geef hem eens ongelijk.

Maar een zekere andere bezetenheid moet er wel zijn. De ontwikkelingen gaan snel. Soms goed en soms slecht. Soms effectief en soms ineffectief. Soms traditioneel en soms vernieuwend. Soms kansen vergrotend en soms desastreus voor gelijke kansen.
Ik probeer, ook voor Onderwijsenzo, de actuele ontwikkelingen bij te houden. En ik moet zeggen dat dat een klus is. Mijn belangrijkste bron van informatie is Twitter. Daar worden veel onderzoeken, actualiteiten en artikelen gedeeld. De toon is soms hard en onredelijk. Prik daar doorheen en je hebt een schat aan informatie. Informatie om je vak te verbeteren.
In die zin heb ik een zekere bezetenheid. Een professionele bezetenheid in plaats van de eerder genoemde roeping-gestuurde bezetenheid. Een gezonde bezetenheid die mij en de kinderen hopelijk iets oplevert. 

Vak:
Ook hier vind ik meerdere betekenissen: beroep, baan, job, ambacht, schoolvak, leervak.
Meer gezonde betekenissen dan ik vond bij bezetenheid. Het woord ambacht spreekt mij altijd zeer aan.

Een ambacht:
“Ambacht is het met de hand maken van producten en goederen. Anders dan bij industriële productie worden ambachtelijke producten elk per stuk met machines en handgereedschap gemaakt. Geen voorwerp is precies hetzelfde omdat er altijd afwijkingen ontstaan. Wie ambachtelijke producten maakt, werkt met zijn of haar handen. Het werken met de hand is tijdrovend en kostbaar, omdat de producten niet in groten getale uit een machine rollen. Zij worden elk per stuk gemaakt.”
De insteek van deze definitie is gericht op producten. Zie de les als een product van de meester en je ziet veel moois.
De lessen worden per stuk gemaakt. Iedere les weeg je af en denk je na. Wat is goed voor de kinderen, waar help ik ze mee verder, hoe controleer ik dat, welke stappen neem ik daarna? 
Geen kind is hetzelfde. Daar hou je als ambachtsman (-vrouw) rekening mee. Het is handwerk. Daar komen de mooiste werkstukken uit, want ze zijn met liefde gemaakt. Je ziet als buitenstaander dat het geen lopende bandwerk is. Want vakmanschap is meesterschap.

Vakmanschap is meesterschap. Vroeger (ok, boomer) werd dat gewaardeerd. Een vakman had aanzien. Geen mens zou het in zijn hoofd halen de ambachtelijk werkende meubelmaker te bekritiseren op zijn meesterstuk. Want het is een meesterstuk dat wij dagelijks afleveren (excuses aan alle vrouwelijke leerkrachten. Uiteraard bedoel ik jullie ook, maar juffenstuk is een beetje een mal woord). 
De huidige waardering voor de meesterstukken die wij dagelijks afleveren is wel heel laag. Ik heb dan over de reacties die je soms op internet krijgt, de waardering door de politici en de benadering door sommige ouders. We liggen echt op heel veel fronten onder vuur.
Ons meesterstuk staat onder constante druk. 
Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar onder druk lever ik niet de beste prestaties. Ik ga fouten maken, ik ga me haasten en dingen vergeten. Mijn meesterstuk is soms een flodderwerkje ….. een wankel IKEA kastje.

Nu kunnen we wachten en zeuren hierover, maar we kunnen ook proberen zelf ons vakmanschap terug te grijpen. Want we hebben best zaken uit handen gegeven. 
Dat verdienen we, maar het schept ook verplichtingen.
Ik zal met het laatste beginnen. Eerder in dit stuk schreef ik dat je een zekere bezetenheid moet hebben om de laatste ontwikkelingen bij te houden. Daar schort het best nogal aan. Ik weet waar ik het over heb. Mijn genoemde professionele bezetenheid is ook iets van de laatste vijf jaar. Voor die tijd heb ik lang een beetje aangerommeld. Wil je je vak professioneel verstaan dan zal je echt moeten weten wat er speelt. Ook al is het veel. Noblesse oblige. Als je voor vol aangezien wilt worden zul je je voor vol moeten gedragen. 

Dan laten we zien dat we het ook echt verdienen. Dat we een beter salaris verdienen, dat we een normale werkdruk verdienen, dat we betere voorwaarden verdienen ……. Dat de huidige situatie niet gezond is voor welke betrokkene dan ook. 
Zodat we tegen iedereen kunnen zeggen; “Vak you, als je mij niet serieus neemt. Want vakmanschap is meesterschap.”

Bertus Meijer / Onderwijsenzo
Februari 2020

Literatuur:


dinsdag 10 september 2019

051. Vakmanschap is Meesterschap



Vakmanschap is Meesterschap

Lang geleden had je een reclamecampagne van Grolsch: “Vakmanschap is Meesterschap”. Je zag een ambachtsman (het waren altijd mannen, dat kon toen nog) zijn ambacht uitvoeren en op het eind werd de link gelegd met het bekende Twentse biermerk. (1) Generatiegenoten zullen nu in hun hoofd de markante melodie van Clous van Mechelen horen. (2) Een indertijd succesvolle campagne die jaren heeft gelopen.
Wat maakte deze campagne zo succesvol?
Het was de herkenbaarheid, de degelijkheid en het vertrouwen dat eruit sprak. Mensenwerk dat zich heeft bewezen. Je zag ambachtslieden die mooie dingen maakten omdat ze daar rustig de tijd voor konden nemen. En als je dat bier dronk wist je dat je goed zat. Een campagne die stond als een vakkundig gebouwd huis. 

Wat is vakmanschap?
“1) Bedrevenheid 2) Beheersing van een beroep 3) Beheersing van een vak 4) Kennis van zaken 5) Kundigheid 6) Meesterschap 7) Vakarbeid 8) Vakkundigheid 9) Vakwerk” (3)
en
“De vaardigheid om hoog kwalitatief werk af te leveren.”

Een vakman (ik bedoel ook steeds vrouw) beheerst een vak en heeft vertrouwen van de mensen waarmee hij te maken heeft. Ze weten dat ze op hem (ik bedoel dus ook steeds haar) kunnen bouwen. Hij heeft kennis van zaken en is kundig. Geen mens die dat ambacht niet uitoefent zal het in zijn hoofd halen om te zeggen wat hij anders moet doen. 
Stel je voor dat ik met mijn drie jaar PA-blokfluitlessen een vioolbouwer ga vertellen dat de houtsoort die hij gebruikt wel erg slecht is. Ik zal de wind, terecht, van voren krijgen. Of dat ik met als enige glaservaring een glas cider in de avond een glasblazer ga vertellen dat de temperatuur van het glas niet goed is.
Alleen ….. onderwijs is het enige beroep waar het “normaal” is dat Jan en Alleman vertelt hoe we het moeten doen, wat we verkeerd doen (dat vooral) en waarom we eigenlijk die salarisverhoging en die werkdruk vermindering niet verdienen. Normaal staat tussen aanhalingstekens, want ik vind dat dus niet normaal en ervaar dit als een uitholling van ons vakmanschap.

Debbie Dussel heeft er ongeveer tegelijk met deze column ook over geschreven. (4) Dat wisten we ook van elkaar.
Zij schrijft: “Alle maatregelen zijn gericht op de korte termijn en gaan uit van liefdadigheid; Kom alsjeblieft werken in onderwijs, want we hebben je nodig en je draagt zo bij aan een betere maatschappij.”
Daar is hij weer: het onderwijs als roeping. Koren op de molen die het allemaal doen voor de kindjes en die het allemaal “voor niks zouden doen”.
Enne ….. ik denk dat je nieuwe leerkrachten niet over de streep trekt met dergelijke smekerig aandoende verzoeken. Het is bijna als het zoeken naar vrijwilligers voor de zaterdagse kantinediensten van de voetbalclub. Of, wellicht herkenbaar, het zoeken naar meefietsouders voor een uitje met de klas. 

Knaag niet aan ons vakmanschap. 
Je hoort dat de aanwas van studenten op de PABO te klein is. Dat komt, zo beweert men, omdat de toelatingseisen te hoog zijn. De toelatingstoetsen zijn te zwaar. Verlaag de eisen en de studenten komen als vliegen op de stroop af. 
Ongetwijfeld ….
Maar vraag is of we bij deze aanwas gebaat zijn. Door de toelatingseisen te verlagen knaag je aan het vakmanschap. Dat zal zich op de langere termijn wreken. 
Vakmanschap dat nodig is om leerlijnen vorm te geven, lessen te ontwerpen, kinderen in hun ontwikkeling te volgen en al die andere dingen. Laat het kwantitatief lerarentekort niet nog meer in een kwalitatief lerarentekort veranderen. 

Maar ook: Laat niet knagen aan je vakmanschap.
We hebben de neiging om het koppie een beetje te laten hangen. We stralen op sommige momenten ook wel erg weinig vakmanschap uit. Als we de haka dansen met gekleurde petjes op ons hoofd tijdens een stakingsbijeenkomst zijn we echt verkeerd bezig.
Als we constant roepen dat we positiviteit moeten uitstralen en de vervelende zaken daarvoor negeren zijn we ook niet op de goede weg. Schiet niet op de boodschapper, maar schiet op degene die de boodschap veroorzaakt.

Dat is op eieren lopen omdat we ondertussen dat vakmanschap dienen uit te stralen. Doe wat je moet doen (en niet meer, in de nota “Ruimte in Regels” (5) staat precies wat wel en niet moet). Doe dat uiterst professioneel. Zonder roepinggewauwel.

Debbie Dussel stelt het zo: “Professionele autonomie begint bij jezelf, zorg dat je niet meer uitvoerder bent, maar dat je boven de lesstof staat. Zorg dat je jouw vakmanschap blijft ontwikkelen, oefenen, toetsen en neem die verantwoordelijkheid.
Stel je ook op als die professional die weet wat goed is voor de leerlingen in de groep, onderbouw dit en eis die ruimte op. Wanneer we dat allemaal meer zouden doen en meer dat vakmanschap laten zien, dan zal deze ook meer gezien worden. Van uitvoerder naar architect, daar kan ook elke academische leerkracht mee uit de voeten.”
In dat zelf ontwikkelen en bijhouden van je vakmanschap is best nog wel winst te behalen. Vakbladen (er er zijn een aantal zeer goede in Nederland) blijven vaak in cellofaan op de tafel van de personeelskamer liggen. De boeken in de orthotheek worden niet aangeraakt. De nascholingen die we volgen zitten vol met gezellige energizers en collectieve oefeningetjes terwijl de inhoud flinterdun is. De nascholingen waarbij ik de opbrengst nadien op een bierviltje kon samenvatten zijn legio. (6)

Wat kan Den Haag doen?
Bedenk een campagne zoals Grolsch indertijd deed. Laat zien dat een leerkracht een gerespecteerd vakman is. Iemand die respect verdient omdat hij naar eer en geweten een vak uitoefent zoals maar weinigen kunnen. Iemand die we onze kinderen zonder enige terughoudendheid toevertrouwen omdat hij zijn kennis en vaardigheden in zal zetten om onze kinderen vol liefde klaar te maken voor wat er nog gaat komen. In zo’n campagne laat je respect naar ons zien en wek je alvast de indruk dat we serieus genomen worden. 

Uiteraard werkt deze campagne niet als je dat respect niet toont door meer geld in het onderwijs te pompen. Voor een hoger salaris en werkdrukverlaging. Maar dat moge duidelijk zijn.

Bertus Meijer / Onderwijsenzo
September 2019