Posts tonen met het label zorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zorg. Alle posts tonen

maandag 9 augustus 2021

078. Onverwacht een leerzame week




 Onverwacht een leerzame week.

 

Wij, leerkrachten, weten het. We zijn altijd ziek in de vakantie. Zo heb ik afgelopen week 5 dagen in het ziekenhuis gelegen. Een bijna nutteloze galblaas kan heel wat ellende aanrichten.

Maar het was bovenal een nuttige week, waarin ik veel geleerd heb.

 

Ik heb deze week geleerd:

1.     Een galblaas is een lelijk ding.

2.     Een katheter blijft met een ballonnetje op zijn plaats (vroeg me dat altijd af)

3.     Extra zuurstof is fijn

4.     Mijn wederhelft is goud waard

5.     Ik heb minder schaamtegevoel dan ik dacht

6.     Een boterham met jam is het lekkerste dat er is

7.     Ik heb een hoge pijngrens

8.     39.8 is wel heul hoog

9.     De ziekenhuiswereld draait ’s nachts door

10.  Ik kan heel lang zonder slaap

11.  In een ambulance rijden is minder leuk dan ik dacht als kind

12.  Een verstelbaar bed is lekker

13.  Katten missen hun baasje

14.  Een drain doet “plop” als hij het betreffende orgaan in gaat

15.  Twitter is goud

16.  Ik kan ook lezen zonder leesbril

17.  Ik wil een goede oorthermometer

18.  Oude afleveringen van Friends zijn leuk

19.  Drijven in het zweet is mogelijk

20.  Een zaal met prettige medepatiënten is fijn

21.  In een ziekenhuisdag zitten 55 uur

22.  Je kijkt echt enorm naar het bezoekuur uit

23.  Je hebt met wildvreemde mensen ineens de diepste en beste gesprekken

24.  De Nederlandse TV is echt slecht

25.  Paracetamol is de beste uitvinding sinds het wiel

 

 

Maar wat ik bovenal heb geleerd ……. wat het belangrijkste is:

De zorg en de liefde van de mensen op de werkvloer is niet in woorden te vatten.

Altijd waren ze er. Altijd even een praatje en humor, ook als ik niet reageerde omdat het even niet ging.

Professioneel meeleven met pieken en dalen.

En dat onder een immense druk. 

Ik wil nog zoveel meer zeggen maar heb de woorden niet. Het ontroert en ontroerde me heel erg.

Als ik ze complimenteerde wimpelden ze het wat lacherig weg. Ze doen hun werk immers.

Ze moeten het 100, 1000, 10000 keer horen. En dan weer.

En ze moeten bovenal naar hun goede werk beloond worden. Zonder dat gefluttekut over een procentje loonsverhoging meer. 


Bertus Meijer

Augustus 2021


woensdag 2 januari 2019

005. Het past niet. (over Passend Onderwijs)

Het past niet.
Passend onderwijs. Pas op de plaats?




Het is begin januari. De feestdagen zijn voorbij en mijn kleren zijn weer te krap. Het past niet meer. En dus maar weer aan de lijn gegaan.

Maar er past meer niet ….. al lang niet.
Enige tijd geleden plaatste ik een discussiestelling op mijn pagina Onderwijsenzo: “Passend onderwijs is mislukt.”
Men zei terecht dat het geen stelling was die discussie zou opleveren. Nagenoeg iedereen was het ermee eens. Het was meer een feit leek het wel. De beoogde discussie ontbrak. 

Het ministerie zegt over passend onderwijs: Alle leerlingen moeten een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en hun mogelijkheden. Dit heet passend onderwijs. Deze vorm van onderwijs moet ervoor zorgen dat elk kind het beste uit zichzelf haalt. Scholen bieden daarom extra hulp aan leerlingen die dit nodig hebben, zoals kinderen met leer- of gedragsproblemen.”(https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/passend-onderwijs/doelen-passend-onderwijs)
Dit geldt vanaf augustus 2014. Tijd om na ruim 4 jaar de balans op te maken.

Deze definitie staat als een huis en geen mens zal het er niet mee eens zijn. Maar het venijn zit in de laatste zin.
Scholen bieden daarom extra hulp aan leerlingen die dit nodig hebben, zoals kinderen met leer- of gedragsproblemen.”
Allereerst zijn het niet de scholen die die hulp bieden maar toch echt de mensen in de school. De leerkracht, de onderwijsassistent, de intern begeleider en nog meer hardwerkenden. Scholen zijn gebouwen. Het gaat hier om mensen die het moeten doen.
En dat past niet. Zij zijn de belangrijkste schakel.

In de praktijk blijkt het onmogelijk om in de grote groepen (meer dan 30 leerlingen is normaal) van tegenwoordig ook nog passend onderwijs te bieden aan kinderen met ADHD, ASS, TOS, ernstige dyslexie, hooggevoeligheid, PDD-Nos, hoogbegaafdheid enz ….
Het frustreert extra omdat we zo graag willen en constant met onze neus op de feiten worden gedrukt dat het niet lukt.
Waarom? Omdat het nu eenmaal onmogelijk is om naast het gewone dagelijkse werk in de klas ook nog specialist te zijn in alle bovengenoemde gebieden. 
We hebben nagenoeg allemaal nascholingen gehad op dit gebied en de eerlijkheid gebiedt me te constateren dat de kwaliteit van deze nascholingen over het algemeen niet geweldig is. We leren er echt niet hoe we met kinderen met dergelijke problemen om moeten gaan. Zeker niet als je kijkt naar de hoeveelheid verschillende labels. Bovenstaande opsomming is verre van compleet. Wij kunnen dat niet. Laten we dat nu eens gewoon toegeven in plaats van door te modderen.

Dat levert werkdruk op. Werkdruk heeft voor mij namelijk alles met zingeving te maken. Een zinloze taak levert werkdruk op. 
Werkdruk is in dit geval ook gebrek aan succeservaringen. Uit het bovenstaande zal blijken dat passend onderwijs een enorm gebrek aan succes oplevert. En dus werkdruk.
We willen zo graag en het lukt niet.

Ik denk dat ik, net zoals velen van ons, vol goede moed en redelijk enthousiast aan deze uitdaging ben begonnen. Het klonk allemaal idealistisch en daar trek je de gemiddelde leerkracht makkelijk mee over de streep. De praktijk heeft ons helaas ingehaald. Het is niet gelukt. En daarvan zijn kinderen, ouders, leerkrachten en alle betrokkenen de dupe geworden.



Kijk je naar de grafiek over het aantal vrijstellingen op de leerplichtwet (een deel van de thuiszitters) dan kun je concluderen dat het aantal na de invoering van passend onderwijs niet gedaald (wat wel te verwachten was) maar rap gestegen is. Alweer een onderdeel waar we dus van een mislukking kunnen spreken.
Deze kinderen hebben m.i. specialistische hulp nodig die een reguliere basisschool wel wil, maar niet kan geven. 

De ouders zijn nog eens apart hoofdstuk. De huidige internetgeneratie weet waar ze de mosterd moet halen en laat zich niet met een kluitje het riet insturen. Geef ze eens ongelijk. Het gaat per slot van rekening om hun (zorgen)kind. Ouders kennen hun rechten en zullen dat ook luid en duidelijk laten weten aan de leerkracht. Een nieuwe bron van werkdruk. 
Het stapelt zich op.

Daarbij gevoegd de veelgenoemde niet efficiënte zinloze administratie en het uit den treure moeten overleggen met allerlei mensen van allerlei instanties maakt de werkdruk niet kleiner. Integendeel. Ik heb al heel wat overlegmomenten gehad op onhandige tijden die een herhaling bleken te zijn van wat iedereen al wist. Alleen omdat het om een of ander protocol zo moest.

In juni 2018 kwam de voortgangsrapportage Passend Onderwijs. De conclusies waren hard en kwamen in het kort neer op: “Passend onderwijs is mislukt.” We hebben het kunnen lezen. 
De minister reageert zoals te verwachten is. Hij deelt de zorgen maar het is niet mislukt.
Er komen drie aandachtspunten in de oplossingssfeer:
1.     Eigenaarschap bij de scholen door ze te ondersteunen bij het opnieuw definiëren en levend houden van schoolondersteuningsprofielen. Hij wil ook de medezeggenschap op de begroting bij het ondersteuningsplan verbeteren en roept scholen en samenwerkingsverbanden op om overmatige administratie aan te pakken.
2.     Betere informatievoorziening voor scholen, ouders en leraren is een belangrijk verbeterpunt. Scholen moeten meer inzicht krijgen in de beschikbare middelen. De minister zal voor een beter passend aanbod van scholen, hen meer ruimte en mogelijkheden geven zoals het tijdelijk afwijken van onderwijstijd. Ook moet informatie over de ondersteuning voor ouders beter vindbaar worden.
3.     Aanscherpen van de taken, verwachtingen en governance van samenwerkingsverbanden door hen meer inzage te geven in hun gegevens en door intern toezicht bij samenwerkingsverbanden te verbeteren. Na de zomer van 2018 wil de minister met ouders, leraren, scholen, besturen, samenwerkingsverbanden en gemeenten in gesprek om de maatregelen uit te werken en in te vullen.
(https://www.vo-raad.nl/nieuws/minister-passend-onderwijs-zeker-niet-mislukt)
Ergens in 2020 volgt een evaluatie.
Is er na de zomer van 2018 als een gesprek geweest (punt 3)?
Is de overtollige administratie al aangepakt (punt 1)?
Hebben scholen al meer inzicht in de middelen (punt 2)?

In alle aanbevelingen staat weinig tot niets richting uitvoerenden. Hun taak wordt niet verlicht.
Kortom: We drinken een glas, we doen een plas en alles blijft zoals het was.
Des te schrijnender omdat, gezien het aanstormende lerarentekort, de problemen alleen maar groter worden.

Je hoort vaak dat passend onderwijs een verkapte bezuiniging is. Meer leerlingen in het reguliere onderwijs is goedkoper dan in het speciaal onderwijs. Of dat de insteek was weet ik niet en we zullen het ook nooit te horen krijgen als het wel zo is.

Het zal duidelijk zijn dat dit Haagse geëxperimenteer met kinderen en leerkrachten alleen maar verliezers heeft opgeleverd. Kinderen krijgen niet de aandacht die ze verdienen. Dat geldt voor de zorgleerlingen maar in het verlengde ervan ook voor de niet-zorgleerlingen die ook hun aandacht verdienen. Dat geldt voor leerkrachten die gefrustreerd moeten toezien dat het niet lukt. Hoe graag ze ook willen. Ik ben benieuwd of de burn-out cijfers in het onderwijs de laatste 4 jaar omhoog gegaan zijn. 
Kinderen zijn niet om mee te experimenteren. Leerkrachten zijn niet om mee te experimenteren.
Draai de boel deels terug en geef eens toe. Ik denk dat dat nog meer waardering op zal leveren dan het ministerie denkt. Mijn waardering krijgen ze dan (deels) terug.

Bertus Meijer
Januari 2019




dinsdag 1 januari 2019

004. Onzichtbare differentiatie

Onzichtbare differentiatie

Enkele maanden geleden heeft er een audit op onze school plaatsgevonden. Ik noem dat altijd een proef-inspectiebezoek.
We kwamen er over het algemeen niet slecht vanaf maar er waren ook wel punten van aandacht. Zo vonden de auditoren dat de differentiatie binnen de groep niet altijd goed zichtbaar is. Het ging dus over de zichtbaarheid, want differentiatie is er wel degelijk.
Ik bedacht me dat dit in mijn groep best vaak klopt. Helaas zijn de aanbevelingen in algemene termen en weet ik niet of het ook mijn rekenles over landkaarten en schaalberekeningen betrof. Ik weet wel dat mijn minder zichtbare differentiatie een bewuste keuze is. 
Ik zal uitleggen waarom.

Wat is differentiatie eigenlijk?
De definitie van differentiatie is “Die maatregelen in het onderwijs die tot doel hebben recht te doen aan de individuele verschillen onder de leerlingen. Deze verschillen hebben betrekking op het leerproces, de begaafdheid, de interesse en de leer- en prestatiemotivatie.” (1)
Toch durf ik te stellen dat differentiatie niet hetzelfde is als individualisatie. Allereerst omdat gezien de huidige middelen en investeringen in het onderwijs individualisatie niet haalbaar is.
Maar de tweede reden is voor mij nog belangrijker. Ik vind individualisatie geen doel. 

Waarom differentiatie niet altijd individualisatie mag zijn.
“Ik ben de domste van de klas”, zegt Maarten en dat heeft hij geleerd in de klas, want de anderen doen het altijd veel beter dan hij. Hij zit ongelukkig voor zich uit te staren. Schoolgaan is allang niet prettig meer. Telkens weer voelt Maarten dat hij niet kan wat bij de anderen blijkbaar moeiteloos lukt.” (1)
Maarten zit al sinds begin groep 4 in het groepje dat minder hoeft te doen en steeds verder wegzakt. Maarten heeft een eigen leerlijn. Hij zal nooit meer met de klas rekenen.
Kinderen voelen dat, kinderen weten dat.  En net zoals “opstromen” in het voortgezet onderwijs lastig is kunnen we ook hier doorgaans spreken van een vaststaand feit. Heb je eenmaal een eigen leerlijn of werk je op een andere manier op een lager niveau dan is het lastig om ooit weer aan te sluiten bij de groep. Je blijft tot en met groep 8 op een lager niveau werken.
Dat doet iets met een kind; hij ziet iedere dag de anderen op een hoger niveau werken, hij weet dat hij dat niveau niet zal halen, hij weet dat de leerkracht extra moeite voor hem moet doen of hij moet dagelijks met zijn spullen naar een lagere groep.
Maar er is meer aan de hand als een leerling op eigen niveau mag werken.

Pygmalioneffect.
Robert Rosenthal heeft in 1968 onderzoek gedaan naar het verband tussen de verwachtingen van leerkrachten en de prestaties van kinderen. (2)
Uit dit onderzoek kwam naar voren dat onze verwachtingen grote invloed hebben op de prestaties van de kinderen.
Deze verwachtingen uiten we bewust maar ook onbewust.
Deze verwachtingen uiten we verbaal maar ook non-verbaal. 

In de faalcirkel hieronder zie je de gevolgen. (3)





De verwachtingen van de leerkracht hebben invloed op het handelen van de leerkracht. 
Dit (al dan niet bewuste) handelen heeft, zeker als het structureel gebeurt, invloed op het zelfbeeld van de leerling. 
De leerling gaat ernaar handelen. (“Ik kan het toch niet.”)

Ondanks alle moeite die we in de differentiatie steken zal de leerling minder dan verwacht vorderen. We stellen onze verwachting bij en de cirkel is rond. De leerling zal steeds verder achterop raken. Ondanks onze goedbedoelde investeringen.
Ik denk dat te ver doorgevoerde differentiatie het Pygmalioneffect bij kinderen versterkt. Je zal maar jarenlang in het rekeninstructiegroepje zitten en op een zeker moment op je eigen niveau moeten werken omdat het niet meer gaat. “Ik kan het niet” wordt dan een selffulfilling prophecy. Rekenen wordt nooit meer leuk.
Deze kinderen weten dat we minder van hen verwachten dan van de andere leerlingen. Ze merken het dag in dag uit. Elke les weer. Dat heeft verregaande gevolgen. Ze gaan erin geloven en ernaar handelen. Hoe hard we ook proberen ook hen verder te krijgen.
Ik denk dat als de differentiatie in de klas te zichtbaar aanwezig is het Pygmalioneffect sneller en hardnekkiger op zal treden. De faalcirkel is van toepassing en het is moeilijk om die weer te doorbreken. Het enige punt waar de cirkel doorbroken kan worden is rechtsboven: verwachtingen van de leerkracht. De sleutel ligt bij de leerkracht.

Jouw verwachting is het ijkpunt voor de kinderen. Zorg dan dat die reëel, uitdagend en haalbaar is. Ook zij verdienen dat je hoge verwachtingen hebt. Want als je van iemand hoge verwachtingen hebt neem je die persoon serieus. Je weet dat er ontwikkeling mogelijk is.


Verwachtingen.
Negatieve verwachtingen kun je op verschillende manieren uiten. Shrank geeft er in zijn onderzoek uit 1985 acht aan (2).
1.     Snel opgeven bij de uitleg
2.     Vaker kritiek hebben
3.     Minder vaak succes erkennen 
4.     Ongepast lof uiten (verkeerde moment)
5.     Geen feedback geven op antwoorden
6.     Achteraan in het klaslokaal zetten
7.     Minder op letten of minder de interactie aan gaan
8.     Minder vriendelijk zijn of minder interesse tonen in het individu.

En ik hoop dat we de nummer 6,7 en 8 niet herkennen in ons hedendaagse onderwijs (ik herken ze helaas wel uit mijn eigen schooltijd) maar we zullen ons allemaal toch weleens een keer schuldig hebben gemaakt aan een van de eerste 5 uitingen. Ik durf toe te geven dat de nummer 1 en 4 bij mij weleens de revue passeerden. 

Positieve verwachtingen daarentegen hebben een enorm positief effect op het leren van kinderen. In het onderzoek van John Hattie naar interventies met de meest positieve invloed scoren zowel positieve verwachtingen van leerkrachten als die van leerlingen over zichzelf het hoogst. De verwachtingen van leerkrachten staan zelfs bovenaan in de lijst van 250 interventies. (4)
Ik vertel de kinderen vaak dat ik hoge verwachtingen van hen heb. Ze weten ook precies wat ik verwacht. Maar wel in een veilige setting. Een sfeer van vertrouwen dat het goed komt. En dat we er samen voor gaan. Ze weten dat mijn verwachtingen reëel zijn en willen de verwachting waarmaken. De groep gaat er als geheel aan werken omdat de groep een geheel blijft zolang het kan. En lukt het een keertje niet? Dan is er morgen weer een mogelijkheid. Het doel verandert dus niet. De instructie wel. Zorg voor een cultuur waarin fouten maken mag. Je differentieert namelijk wel, maar minder zichtbaar.




Hoe differentieer je minder zichtbaar?
Dat doe je bijvoorbeeld door middel van convergente differentiatie.
Bij convergente differentiatie heeft de groep als geheel een minimumdoel. Het streven is dat de gehele groep dit doel behaalt. Alle leerlingen doen mee met de instructie. Na deze instructie gaat de groep aan de slag met de zelfstandige verwerking. De leerkracht geeft de leerlingen die het nodig hebben verlengde instructie met als doel om ook het gestelde minimumdoel te behalen.



Momenteel passen we dus de doelen aan. In plaats daarvan kun je er ook voor kiezen om in je instructie te differentiëren. De minimumdoelen zijn voor alle kinderen gelijk. De instructie en, vooral, de verlengde instructie zijn hier essentieel. De leerkracht en zijn vaardigheden staan hier centraal. Hij/zij heeft hoge verwachtingen van alle (!) leerlingen. De leerkracht helpt iedereen om telkens de minimumdoelen te behalen.
Dit geheel wordt door Marcel Schmeier praktisch uitgewerkt in het boek Expliciete Directe Instructie. (6)



Ook op andere momenten kun je onzichtbaar differentiëren. Ik maak vaak en graag gebruik van de techniek bliksembeurt uit Teach Like a Champion (7). Ik geef dan razendsnel beurten in de klas om alle leerlingen betrokken te houden. Niemand weet wanneer hij aan de beurt is. Kinderen die een fout antwoord geven herhalen het goede antwoord van een andere leerling. Afhaken is geen optie. Tijdens de snelle beurten pas ik de vragen aan, aan het niveau van de leerling aan wie ik de vraag stel. Ik differentieer dus onzichtbaar. Alleen ik ken mijn beweegredenen. Maar iedereen doet mee, is betrokken en iedereen heeft hetzelfde (minimum)doel. Alle kinderen zijn gemotiveerd.



Werken met wisbordjes en beurtenstokjes zijn een simpele manier om alle kinderen evenveel kans te geven. Jij bepaalt dan niet wie er aan de beurt is maar het lot bepaalt. Je eventuele verwachtingen hebben dan geen invloed. Ik pas soms de vraag aan de leerling aan om iedere leerling een succeservaring te bezorgen.

Tot slot.
We steken heel veel energie in de groepsvorming. Ons ideaal is een klas die een groep is. We doen aan Gouden Weken en andere groepsvormende activiteiten. 
Dat mag ook op didactisch gebied. Een groep die samen aan hetzelfde (minimum)doel werkt. Ik denk dat daar een positieve invloed op de groep als geheel vanuit gaat. Kinderen kunnen zich “aan elkaar optrekken”. Het is niet erg als je fouten maakt. Het is niet erg als je extra uitleg nodig hebt. Want we zijn en blijven samen werken en samenwerken. We weten wat de juf of meester verwacht. Dat is duidelijk.



LITERATUUR:
1.    1. Egoscoop jaargang 14/ nummer 01/ oktober 2009

2.    2. https://www.vernieuwenderwijs.nl/het-pygmalion-effect-de-invloed-van-verwachtingen/)

3.    3. https://wij-leren.nl/rosenthaleffect-verwachtingen-leeropbrengsten.php)

4.    4. https://visible-learning.org/nvd3/visualize/hattie-ranking-interactive-2009-2011-2015.html)

5.    5. De kunst en wetenschap van het lesgeven/ Robert Marzano/ Bazalt

6.    6. Expliciete Directe Instructie. Tips en Technieken voor een goede les. Marcel Schmeier. PICA 2015

7.    7. Teach Like a Champion 2.0/ Doug Lemov/ CED groep/ 2017