Posts tonen met het label begrijpend lezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label begrijpend lezen. Alle posts tonen

zondag 4 augustus 2019

046. Ik vind feiten leuk. Maar dat is ook maar een mening.



Ik vind feiten leuk.
Maar dat is ook maar een mening ....


Ik leer mijn leerlingen in het kader van kritisch lezen het verschil tussen feiten en meningen. Dat zijn leuke, maar bovenal zinvolle lessen. Het krijgt bij mij meer aandacht dan de methode geeft. Daar wordt het even aangestipt en na een methodetoets als bekend verondersteld. 

Ik geef een aantal voorbeelden van meningen en feiten. De kinderen moeten dan beredeneren waarom we met een feit of een mening te maken hebben.
Enkele voorbeelden:
-      Maastricht ligt in Limburg (Feit)
-      Rood is de mooiste kleur (Mening)
-      Ik vind jazz leuke muziek (Feit over mijn mening)
-      Feiten leren is leuk (Mening)
-      Bordeaux is de hoofdstad van Frankrijk ((Verkeerd) feit)

Daarna laat ik ze zelf een aantal voorbeelden bedenken die we in een glazen pot gooien en af en toe pakken we een zin om samen te bekijken. 
Het vervolg is dat we in teksten op zoek gaan naar meningen. Dit doen we altijd met een accentueerstift. Die krijgen ze aan het begin van het jaar en ligt vaak op tafel. De teksten uit boeken kopieer ik ook vaak om in te krassen, schrijven en markeren. Mijn ervaring is dat dit na een maand een automatisme is. Net zoals het werken met een aantekeningenschrift.

De kinderen leren meningen herkennen aan signalen als: “Ik denk dat …”, “Ik vind dat ….” of “Ik weet zeker dat ….” 
In de periode erna komt deze materie geregeld terug: als we naar een geschiedenistekst kijken, als ik voorlees uit een spannend boek, als we naar het school tv-journaal kijken. Het kan de hele dag. 

Voorbeelden:
-      Hoeveel meningen hoor je in de eerste twee minuten van het filmpje? Welke?
-      Hoe kun je een mening ombouwen naar een feit?
-      Iedereen vindt de ouders van Matilda onaardig. Is het dan een feit?
-      Is het erg om meningen te horen of lezen die anders zijn dan jouw mening?
-      Draai je eigen mening eens om en verzin eens argumenten
-      Wanneer verandert een mening in een feit?

Geheel in de lijn van close reading vind ik bewijsvoering belangrijk. De kinderen moeten in de tekst aan kunnen tonen waarom zij bepaalde antwoorden geven. Momenteel hebben kinderen de neiging de vragen te beantwoorden alvorens de tekst goed te lezen. Ze vinden het niet leuk om te doen. Dit speuren in teksten motiveert doorgaans meer. Begrijpend lezen is nu vaak een saai verplicht nummer. Plus dat ze strategieën leren die ze nooit zullen gebruiken.

Voor mij is het essentieel dat kinderen verstand van zaken hebben voor ze dit kunnen. Ze moeten meer kennis hebben dan de tekst alleen. Kennis biedt daarbij de onmisbare helpende hand. Die komt niet aangevlogen en zeker niet van internet. Ik vind het onze taak kinderen kennis bij te brengen om het kaf van het koren te kunnen scheiden. Dat leren ze niet vanzelf. 

Toch kom je op internet in discussies soms mensen tegen die moeite hebben met het verschil tussen feiten en meningen.
In mijn column (1) over een opiniestuk van Nelleke Noordervliet (toch niet de minste) over de vrijheid van onderwijs las ik een aantal meningen die als feit werden gepresenteerd. Soms wordt het zelfs letterlijk gezegd.

"De bijzondere scholen mogen volhouden dat zij ook aandacht besteden aan andere levensopvattingen, feit blijft dat de eigen overtuiging luid en duidelijk als de beste wordt gepropageerd. Er heerst zelfs angst voor besmetting." (2)

Hier wordt een (aanvechtbare) mening gepresenteerd en staat er letterlijk “feit blijft …”
Ik heb de tekst eerst twee keer gelezen eer ik hem ging fileren voor mijn eigen stuk. Pas toen viel me op dat er iets heel erg fout zit in deze redenatie.
Daar komt nog bij dat welke onderbouwing dan ook ontbreekt.
Als ik als geoefend en best kritisch lezer al in deze val van de schrijver trap zullen kinderen dergelijke trucjes helemaal over het hoofd zien als ze het niet leren. En dat is in deze tijden van fakenieuws natuurlijk helemaal kwalijk. Meningen worden als feit gepresenteerd. 

Roddelbladen zijn natuurlijk heer en meester met het spelen met feiten en meningen. Een rijke bron bij dit soort lessen.
Aanhalingstekens of vraagtekens maken een wereld van verschil waar de lezer bij de kapper met gemak overheen leest.
-       Zijn Andre en Monique uit elkaar? (lees het artikel en het blijkt dat hij een weekje bij een oom en tante heeft gelogeerd)
-       “GTST-ster komt eindelijk uit de kast.” (blijkt dat hij bij IKEA een Billy boekenkast heeft gekocht. Niet met een Billy samenwoont)
Een samenvatting maken van een artikel uit een roddelblad is ook een leuk startpunt om kinderen te leren samenvatten. Vaak volstaan 2 of 3 regels.

Belangrijk is dus om elke dag, bij een veelvoud aan verschillende teksten hiermee bezig te zijn. 
Voorkennis is zoals gezegd ook van groot belang. Om feiten en meningen van elkaar te kunnen onderscheiden moet je kennis hebben. Die zal je eerst aangereikt moeten worden.
Er is momenteel een tendens die zegt dat veel kennis op internet te vinden is. Feitenkennis wordt dan als minder belangrijk gezien. Uit het voorgaande zal hopelijk blijken dat hetgeen op internet te vinden is niet altijd uitblinkt van betrouwbaarheid. Een simpel opiniestuk van een bekend schrijfster in een gerenommeerd dagblad als Trouw blijkt niet echt betrouwbaar als bron te zijn... Verdraaide feiten kunnen zo een eigen leven gaan leiden. 

Ik heb nog nooit gericht gekeken naar teksten in de boeken voor de zaakvakken, maar ben benieuwd of daar al dan niet onbedoeld dit soort zaken ook in geslopen zijn. Dat is niet erg als we met de kinderen zien wat er gebeurt. Niet erg omdat het nu eenmaal overal en altijd gebeurt. Leer kinderen er maar mee om te gaan. Feit (!) is namelijk ook dat meningen een tekst prettiger om te lezen maken. Een overzicht van feiten is al snel droge kost. Ik zal daar in een latere column eens op terugkomen.

Dus ….
In deze tijden van snel en soms nep nieuws is het zaak om kritisch met feiten en meningen om te gaan. Ik heb mezelf dat in de loop der jaren geleerd. Het verschil tussen feiten en meningen is soms diffuus. Zeker als er middels handige taalkundige trucjes een mist omheen wordt gecreëerd. Daarom is het goed om kinderen van alle leeftijden hier mee om te leren gaan. Daar geef ik boven al verschillende ideeën voor.  

Bertus Meijer
Onderwijsenzo
Augustus 2019

Literatuur:


dinsdag 11 juni 2019

036. Leren lezen of persoonsvorming ?


 
Persoonsvorming of leren lezen?

Dit wordt een heel persoonlijke column. 
Over iets dat me na aan het hart ligt. 

Er is momenteel veel te doen over het nieuwe curriculum. Op Twitter en Facebook gaan de voor- en tegenstanders de standpunten van de “tegenstander” te vuur en te zwaard verdedigend te lijf. Ik hou me doorgaans wat op de vlakte hoewel het nieuwe curriculum mij nog niet enthousiast heeft gekregen. Ik probeer het tot mij te nemen maar het geheel is zo wollig, zo omvangrijk (627 bladzijden) en vooralsnog zo ver van de praktijk staand dat ik nog een beetje zoekende ben. Ik kan er niks mee.

In de kern van het nieuwe curriculum komen we “persoonsvorming” tegen. Ik geef al tientallen jaren les maar was eigenlijk nog nooit met persoonsvorming bezig geweest. Dacht ik …..

Wat is persoonsvorming?
“Volgens Biesta draait het er op het vlak van de subjectivering om, dat kinderen zich bewust worden van hun verantwoordelijkheid, en dat ze ruimte krijgen om zich aangesproken te voelen door hun omgeving, die een moreel appel op hen doet. Het gaat erom, dat ze leren dat de wereld niet om hen en hun particuliere verlangens draait, maar dat ze zichzelf de vraag leren stellen: is wat ik wens ook wenselijk voor de wereld om mij heen?Het uiteindelijke doel van onderwijs zou volwassenheid en een sterk ontwikkeld ethisch bewustzijn zijn.” (2)

Biesta is altijd wat moeilijk te doorgronden. Maar gelukkig kan ik lezen.  Als ik het onderstreepte gedeelte lees kan ik stellen daar al 36 jaar mee bezig te zijn. En mijn collega’s ook. 

Waarom dan ineens persoonsvorming?
“Onderwijs is meer dan feiten en skills aanleren.” (Sander Dekker) (1)
Schnabel zegt: “Het gaat erom dat we leerlingen vaardig, aardig en waardig afleveren.”
De laatste tijd wordt er met enig dedain gekeken naar het aanleren van feiten. Je wordt al snel in de hoek van traditioneel en ouderwets geplaatst als je daar belang aan hecht. 

Dat is allemaal goed en wel maar aan de andere kant leveren we massa’s kinderen die slecht lezen. 15% Van de kinderen die aan het eind van groep 8 zitten hebben een leesniveau niet hoger dan eind groep 6. Laat even op je inwerken: dat zijn ongeveer 4 a 5 kinderen in een groep.
Tien procent scoort zelfs lager dan het niveau begin groep 6 (2 a 3 kinderen in een groep) (3)
Het is toch om je rot te schamen. En dan praat ik nog niet eens over leesmotivatie. Die daalt ook met het jaar.

Dan vraag ik me in arren moede af waar onze prioriteiten liggen ……

Dat zijn de momenten waarop ik naar mezelf kijk en me afvraag hoe het toen ging.
Lezen werd niet als zeer belangrijk gezien in de gewone volkswijk waar ik vandaan kwam. Ook bij mij thuis niet. Mijn ouders hadden het druk met het hoofd boven water houden. Ik had enkele oude boeken en daar keek ik soms in. Het boekenplankje vulde zich niet. Cadeaus waren vooral praktisch. Ik kreeg een nieuwe broek of schoenen voor mijn verjaardag. 
Tot ik op school kwam en ik in klas 1 Juffrouw van Galen kreeg. Ze heeft me leren lezen (ondertussen was ze trouwens onbewust ongetwijfeld met mijn persoonsvorming bezig). Dat ging niet van een leien dakje. Ze had een engelengeduld. Geen gedoe met eigen leerlijnen. De groep werd bij elkaar gehouden en ik werd bij de groep gehouden. Ik moest mijn vlieguren vooral in school maken onder haar lieve, dwingende begeleiding. Maar ik moest ze wel maken. Tot het muntje ook bij mij viel …. Mijn wereld veranderde op slag.

Ik werd langzaam een veellezer. Dankzij mijn meesters in de bovenbouw. Ze namen ons mee naar de bibliotheek, ze lazen spannend voor (Oorlogswinter, de Soete Suyckerbol en Katoren). Op vrijdagmiddag. Het maakte eigenlijk niet uit wat …… ik vrat het. Sommige meesters vond ik niet aardig, maar de vrijdagmiddagen waren een licht aan het eind van de wekelijkse tunnel.

Ik hoorde over Michiel van Beusekom die moest kiezen tussen zijn geliefde oom Ben die fout bleek en de kant van het verzet. We gingen nadenken over wat we zelf zouden doen.
Over Stach die dapper koning wil worden en de grootste hindernis (Van de toren van de Sint Aloisiuskathedraal springen) toch neemt. Maar die ook zo gewoon net als ik was. Ik wist dat ik niet durfde. Boeken konden vanaf Katoren ineens de dubbele bodem hebben. In boeken kon alles.
Ik las over verre landen, over andere ideeën, over dromen van mensen. Over mijn helden. Helden die ik anders nooit had leren kennen. 

Ik had ineens allerlei rolmodellen die het anders deden dan ik. Die anders dachten dan ik. Ik keek ineens in werelden en harten die niet de mijne waren. Ik kon me verplaatsen in mensen die zo anders waren dan ik. Ik nam dingen over …. Ik wilde soms ook zo zijn.

En ineens wist ik het ….. mijn juffen en meesters hebben mijn persoon gevormd met hun verhalen. Hun tomeloze inzet. Met het feit dat ze geen genoegen namen met kinderen die niet goed leerden lezen. Die ons meenamen ….
Ze hebben mijn horizon verbreed. Tot ik op eigen benen steeds lastiger boeken kon lezen. En ook deze vrat (en vreet) ik. Nog iedere dag. Al meer dan 50 jaar. 

Maar er is meer. Iets nog belangrijkers. Doordat ik goed kon lezen kon ik kansen grijpen die ik anders niet eens had gekregen en gezien. Mijn ouders zagen wel dat ik met mijn handen niet uit de voeten (!) kon. Een goede studie was wellicht beter voor hun jongste spruit. En anders maar met 15 aan het werk. Net als zijn zus. Lezen gaf me die kans om verder te komen …… Dankzij lezen had ik dezelfde kansen als iedereen.

Lezen … goed lezen …. Heeft mijn persoon meer gevormd dan wat ook. Daar kan geen curriculum met persoonsvorming tegenop. Geen mens praat dat uit mijn hoofd.
Maak van leren lezen (en bovenstaande percentages stijgen nog steeds) je hoofddoel. Wellicht een aantal jaren je enige doel. Laten we nog maar even doorgaan met de oude kern- en einddoelen. Die zijn zo slecht nog niet. Daarna zien we wel verder ……

Bertus Meijer
Juni 2019  

Literatuur:


woensdag 1 mei 2019

031. Het derde gebod van Stijn: "Leer uw leerling kritisch denken"



De tien geboden van Stijn de Paepe.
Nummer 3: Leer uw leerling kritisch denken
(met Close Reading) 

Stijn de Paepe noemt zich een moderne Vlaamse rederijker. Sinds september 2016 schrijft hij dagelijks een dagvers in de Vlaamse krant “De Morgen”. Onlangs bestond het vers uit tien geboden voor het onderwijs. In deze reeks columns licht ik er steeds eentje uit.

Vandaag nummer 3: “Leer uw leerling kritisch denken.”

In een tijd waarin op internet de meest buitensporige zaken als nieuws worden gepresenteerd en “fake nieuws” een term is die iedereen inmiddels kent is kritisch kunnen denken geen overbodige luxe.

Iedereen wordt gebombardeerd met allerlei zaken die als waar worden gepresenteerd maar achteraf bekeken niet kloppen. “Het staat op internet, dus het is waar.” Was het maar zo simpel.
Kritisch denken wordt gezien als een 21eeeuwse vaardigheid. Ik heb daar niet zoveel mee. Ook in de 20eeeuw was het prettig als je dit kon. Maar er is nog meer.

Volgens het SLO is kritisch denken: ‘Het vermogen om zelfstandig te komen tot weloverwogen en beargumenteerde afwegingen, oordelen en beslissingen.”(1) 

Daarbij hoort ook een houding.
Dolf Janson schrijft daarover: “Tegelijk is er sprake van een bepaalde houding. Je moet immers niet alleen geneigd zijn tot nadenken, voorafgaand aan het maken van keuzes, het vormen van een mening en/of van het uitvoeren van handelingen, maar je moet ook niet alles wat langs komt voor zoete koek aannemen. Dat vraagt een zeker zelfvertrouwen en het ervaren van autonomie.”(2)

Waarom is kritisch denken (en niet alleen in de 21eeeuw) belangrijk?
In de reader “Kritisch Leren Denken” van de Avans Hogeschool (3) lezen we:
“Kritisch denken helpt om: 
• weloverwogen beslissingen te nemen zonder vooringenomen te zijn; 
• de veelheid aan informatie die op ons afkomt juist te hanteren; 
• de leerstof te doorgronden en in verschillende contexten te gebruiken; 
• te blijven leren; 

De hoeveelheid informatie die kinderen en volwassenen te zien krijgen is vele malen groter dan in eerdere generaties. Ook is de informatie snel. De informatie die ik te verwerken kreeg stond doorgaans op papier. En papier is geduldig. Dat maakte mij ook geduldig. 
Als een deel van die enorme hoeveelheid informatie ook nog een ongemerkt onbetrouwbaar is kun je stellen dat kritisch denken inmiddels onmisbaar is.

Wat kunnen wij in de klas hiermee?
Ik denk dat je kritisch denken niet aan kunt leren (dat is mijn bezwaar tegen meer, zogenaamd, 21eeeuwse vaardigheden). Je kunt wel voorleven en een voorbeeld zijn voor de kinderen. Als je laat zien hoe je zelf met gegevens, feiten, meningen en teksten omgaat zet je kinderen op een spoor. Een beter gebod zou dus zijn: “Toon de kinderen kritisch denken”. Je modelt en laat zien wat kritisch lezen oplevert. 

Het is ook al geen vaardigheid. Fietsen is een vaardigheid omdat je het in nieuwe en andere situaties ook meteen kunt toepassen. Denken is geen vaardigheid omdat het denken afhankelijk is van de inhoud. Kritisch denken kan alleen maar als er inhoud is waarover gedacht kan worden. (4) Op de site www.kritischdenken.info staat een boeiende, zeer uitgebreide uitwerking hiervan. (4), (5) en (6)

Volgens de auteur van deze uitwerking geldt: “In lekentaal bestaat kritisch denken uit het
zien van beide kanten van een kwestie, het openstaan voor nieuwe bewijzen die je ideeën
tegenspreken, nuchter redeneren, eisen dat beweringen worden ondersteund door bewijs,
afleiden en deduceren van conclusies uit beschikbare gegevens, problemen oplossen, enzovoort.”(4) En laten die laatste elementen (bewijsvoering en conclusies trekken uit beschikbare gegevens) nu net belangrijke elementen zijn in Close Reading.

Close Reading kan dus een belangrijk middel zijn om kritisch denken te laten zien en te oefenen. In deze werkwijze krijgen kinderen na het grondig lezen van een tekst vragen en stellingen. De gestelde vragen gaan verder dan de vragen in de huidige methoden voor begrijpend lezen. De vragen moeten ze beantwoorden met bewijzen uit de tekst. Dat vraagt een kritische (lees)houding. Voorkennis over een bepaald onderwerp is de kapstok waar nieuwe kennis aan opgehangen wordt. 
Op de site van Expertis staat het volgende:
“Er vindt interactie plaats over de tekst tussen leerlingen onderling en tussen leerkracht en leerling. Kinderen vertellen elkaar hun argumenten, laten de bewijzen zien in de tekst. Niet zozeer het geven van het goede antwoord staat centraal, maar het proces om tot het antwoord te komen. Juist door deze discussies ontstaat een dieper begrip.”(7)

Een heel andere manier van begrijpend lezen dus. Momenteel is het vinden van antwoorden op de vragen het belangrijkst. Kinderen krijgen een (te simpele en te korte) tekst en moeten die lezen. Daarna krijgen ze een aantal vragen. Vaak zijn die inhoudsgericht. Omdat bij bepaalde toetsen met meerkeuzevragen gewerkt wordt is de mogelijkheid zelf conclusies te trekken uit een tekst minimaal of zelfs helemaal afwezig. Het al dan niet goed beantwoorden van deze vragen bepaalt je beoordeling. 
Kinderen weten dat en gaan dus meteen vragen beantwoorden. De antwoorden zoeken ze op in de tekst. Dat zou ik ook doen. Begrijpend lezen (klopt deze term?) wordt zo een vraag-en-antwoord spel. Het is goed of fout.
Maar eigenlijk zijn natuurlijk de vragen het belangrijkst. En omdat iedereen zijn eigen voorkennis meeneemt en daardoor teksten anders kan interpreteren is er vaak geen eenduidig antwoord. De kritische lezer (en denker) haalt zijn conclusies uit de tekst, bewijst zijn conclusies aan de hand van wat hij al weet en wat hij leest. Je wordt aan het denken gezet. Dat is, lijkt mij, moeilijk te toetsen.

Nu hebben de kinderen begrijpend leeslessen waar ze een aantal strategieën leren. (Hou die strategieën in jouw methode eens tegen het licht en vraag je af of ze die buiten deze lessen ooit gaan gebruiken). 
Je kunt je ook afvragen of kritisch denken en lezen niet in alle vakken terug moet komen. Ook een aardrijkskundetekst, een gedicht, een reclamefolder, een stilleesboek lenen zich voor diep en kritisch lezen.  Ik denk dat je als leerkracht de beste vragen bij een tekst kunt stellen en omdat je samen met de leerling de tekst induikt komen de vragen als vanzelf. 

Miranda Wedekind zegt in haar artikel “21e eeuwse vaardigheden … en dan? Deel 3: Kritisch denken” (8) dat de Taxonomie van Bloom hierbij kan helpen. Voor meer over de Taxonomie van Bloom en voorbeeldvragen verwijs ik naar het artikel Taxonomie van Bloom in de praktijk (9)


Bertus Meijer / Onderwijsenzo
Mei 2019  


Literatuur: