Posts tonen met het label nascholing. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nascholing. Alle posts tonen

vrijdag 18 maart 2022

079. “Stop, hou op!”

 “Stop, hou op!”

 

Nascholingen.

Als het goed is hebben we er allemaal mee te maken. Gelukkig maar, want we moeten de zaag scherp houden. En we hebben er allemaal een mening over. Die is niet altijd positief. Terwijl het beter kan. Zij kunnen beter, maar wij kunnen ook beter. Ik belicht de rol van de schoolleider, de aanbieder en de teamleden.

 

Veelgehoorde zaken uit de praktijk:

·      ‘Soms was de nascholing er ineens, terwijl ik me niet kan herinneren dat er een hulpvraag was. Hij stond plotseling op de verplichte jaarplanning.’

·      ‘Ik werd niet op mijn niveau aangesproken en hoorde voor de zoveelste keer hoe ik iets moet aanpakken.’

·      ‘Ik zat uren te luisteren en activiteiten te doen waarna de opbrengst op een bierviltje paste.’

·      ‘Hij kwam te laat binnen en was een kwartier bezig met het installeren van de laptop. Terwijl wij wachtten en de bergen nakijkwerk bleven liggen.’

·      ‘Als ik een vraag stelde zou er op teruggekomen worden. Dat gebeurde nooit.’

·      ‘Als ik kritisch was kreeg ik te horen dat er een negatieve energie is en dat dat niet helpend is in de beantwoording van de hulpvraag.’

·      ‘Als ik een vraag stelde werd ik bedankt voor de feedback. Waarna er niets veranderde.’

·      ‘Wat ik te horen kreeg had niets te maken met de groep kinderen die de volgende dag voor mij zat.’

·      ‘Ik heb groep 8 en moest een hele middag aanhoren hoe je een bouwhoek in groep 2 inricht.’

 

Tips voor directies en nascholers.

·      Verdiep je eerst in de mensen die voor je zitten. Ik heb nascholingen over, nota bene, gedifferentieerd onderwijs gehad waar het hele team als een grote massa werd aangesproken. Zonder rekening te houden met niveauverschillen binnen de groep. Dat is op zijn zachtst gezegd vreemd. Dat vraagt ook iets van degene die de nascholing aanvraagt. Zaag de nascholende partij door, geef de hulpvraag door en neem geen genoegen met halve antwoorden. En reken ze nadien ook af op beloftes.

·      Wat is je boodschap? Wat wil je ons leren? Vraag je dan af of je boodschap wellicht ook kort en krachtig aan bod kan komen. Vijf urenlange sessies naar aanleiding van een simpele vraag is echt teveel. Dat riekt naar ‘uurtje factuurtje’. Dit scheelt geld, ergernis en tijd.

·      Gooi Powerpoint van je computer. En als je echt niet zonder kunt is het wellicht zinvol om een Powerpoint die ik zelf kan lezen niet voor te lezen.

·      Zorg dat iedere activiteit bijdraagt aan het doel van de nascholing. Anders spreken we van tijdvulling.

·      Zorg dat je nascholing bijdraagt aan het onderwijs aan de kinderen. Pas daar je gevraagde activiteiten op aan. Altijd.

·      Accepteer het feit dat er ook introverte mensen bestaan die niet zitten te wachten op (rollen)spelletjes en energizers in de groep. Jouw leuk is niet ieders leuk. Ook hier kan de aanvragende partij een belangrijke rol spelen. 

·      Deel geen papieren uit en las een ellenlange leespauze in. Zorg dat je luisteraars voordien alles hebben kunnen lezen en, vooral, voorbereiden. Maar … doe ook iets met die voorbereiding en geef mensen niet het idee dat ze thuis voor niks hebben gelezen en gestudeerd. Ga niet extra leespauzes inlassen omdat niet iedereen zijn huiswerk heeft gedaan. Beloon dit soort gedrag niet. Bij een goede nascholing hebben wij ook verplichtingen. Het hoeft niet van een kant te komen. 

·      Vraag je af of een heel team moet meedoen met een nascholing over de inrichting van hoeken of de uitstroom naar het voortgezet onderwijs. Het doet nogal wat met je motivatie als je echt aangesproken wordt op jouw dagelijkse praktijk. 

·      Verander als nascholer je aanbod eens. Ik heb weleens drie keer dezelfde nascholing verdeeld over tien jaar aangehoord. Dat is wel heel makkelijk allemaal. 

·      Zeg nooit meer; “We gaan iets leuks doen.” Daarmee geef je aan dat het voorafgaande niet zo leuk was.

·      Leuk is trouwens geen norm. Daar heb ik Netflix al voor.

 

Maar ook wij kunnen invloed hebben. 

We hebben meer invloed dan we zelf denken. En we hebben als school en aanbieder een zekere verplichting naar de belastingbetaler die aan onze nascholingen en andere zaken meebetaalt. Gemopper in de marge van de koffiekamer (‘Been there, done it’) zal het gehele circus niet veranderen. 

Ga bij een naderende team-nascholing eens na of er wel een echte hulpvraag is. Een hulpvraag van het hele team. Wat wil je leren en is een (teambrede) nascholing het antwoord?

Vraag je vervolgens af of een ingevlogen nascholer wel de juiste persoon is. Een vriendje van een kennis is wellicht een goedkope oplossing, maar niet altijd de goede. Wat is zijn achtergrond? Wat kan hij bieden?

 

Wees eens een onaardige criticus in plaats van zuchtend vergevingsgezind. Het is jouw nascholingsbudget dat er voor gebruikt wordt. Daar mag je toch minstens vragen bij stellen? Hier moet je m.i. zelfs vragen bij stellen. 

Vraag je ook eens af of het antwoord op de hulpvraag echt op 5 middagen gegeven moet worden in sessies van drie uur. Ik heb nascholingen van 2 uur meegemaakt waar ik op het puntje van mijn stoel zat en vol van kennis en ideeën terug reed. Nascholingen waar ik op mijn niveau werd aangesproken en die niet opgeleukt hoefden te worden met energizers, rollenspellen en placemats met geeltjes. Dat vonden we wellicht leuk in 1993. Echt …. het kan.

Loop eens gewoon weg als de nascholing tegenvalt of, liever nog, stel ter plekke de juiste vragen. Als ze echt deskundig zijn krijg je antwoorden. Ze opereren in jouw tijd. Tijd die je ook kon gebruiken om goede lessen voor te bereiden. 

Accepteer ook dat er collega’s zijn die alles kirrend leuk vinden. Die dol zijn op knollen voor citroenen. Verwonder je slechts.

 

Gemopper achteraf zet geen zoden aan de dijk en met de vijf balletjes-verplichte nummer-evaluatieformulieren gebeurt echt niets. Nooit. Ik heb ze weleens de dag erna in de prullenbak teruggevonden. Samen met de post-is en de bergen koffiebekers. 

En gelijk hebben ze, want we zetten op een evaluatieformulier toch nooit op wat we echt vinden. Iedereen speelt het spel mee. Zo is onze aanwezigheid al een rollenspel op zich. 

We vragen zelf achteraf ook nooit wat er mee gebeurt. Dat is de keerzijde. Ook wij hebben nog veel te winnen. Vraag eens feedback op de feedback. 

 

We zijn namelijk te aardig. Als een bakker slecht brood levert gaan we ook naar een andere bakker. En sommige bakkers leveren vooral gebakken lucht. En we blijven het eten.

Alles is heel simpel als volgt samen te vatten: weegt het rendement op tegen de investering? En die investering is groot. Ik heb rekeningen zien langskomen die mij deden huiveren. Als het antwoord ontkennend is moet je er niet aan beginnen. 

 

“Stop, hou op!” Dit leren we de kinderen zeggen. Maar wij mogen dat ook weleens meer doen.

 

Bertus Meijer

Onderwijsenzo

 

 

 

donderdag 7 februari 2019

012. Kekke typjes en andere ongemakken


Kekke typjes ….

Zo, ik ga eens lekker de knuppel in het hoenderhok gooien. Daar heb ik zin in.

Dit stuk gaat over nascholingen en andere bijeenkomsten waar we beter van dienen te worden. Ik vind namelijk de kwaliteit van dit soort zaken vaak ver onder de maat. Als we het geld van deze hele industrie eens echt ten goede zouden laten komen aan het onderwijs aan kinderen zou dat een boel schelen. Wellicht blijft er voor onze salariëring ook nog wat over.
In mijn ideaalbeeld blijven de echt goede nascholingen over. De nascholingen waar we wel iets aan hebben. Want die bestaan wel. Waar die zijn lees je verderop.

Hoe het nu gaat.
Even gechargeerd schetsen hoe het nu gaat:
Er wordt een nascholingsartiest ingevlogen. Deze komt doorgaans vanuit het niets. Vaak is er geen hulpvraag van het gehele team en is het iemand die “via via” bekend is.
Deze persoon ziet er kek uit: 
Vrouw: nagels zorgvuldig gelakt, naaldhakken die klikken, USB-stick met een Powerpoint, laptop in modieuze tas (“Kan iemand me helpen met opstarten?”) of
Man: net colbertje, kort maar krachtig kapsel, met de benen zwaaiend op een leerlingtafel zittend, niet wachtend op de aandacht van de groep (“Mensen, zullen we het centraal houden.”)

Wat ze vaak zeggen.
Ze zeggen bijna allemaal dezelfde dingen. Alsof ze allemaal hun diploma op dezelfde academie gehaald hebben.

-      “Bespreek met je schoudermaatje wat je vindt.” (Ik denk: “Dat wil ik niet. Ik weet doorgaans al wat mijn schoudermaatje denkt. We gaan de bonusaanbiedingen van Albert Heijn doornemen.”)

-      “We stoppen eerder want jullie hebben ook een hele dag gewerkt.” (Hij denkt: “Als ik maar wel betaald word tot 6 uur. Want daar ben ik voor ingehuurd.”)

-      “We doen eerst een (ellenlang) kennismakingsrondje.” (Ik denk: “Hoezo? We werken al twintig jaar samen. Lees je in en verdiep je eerst in ons.”)

-      “We gaan in een kring zitten want het is fijn iedereen te kunnen zien.” (Ik denk: “Waarom moet ik dat fijn vinden. Ik zie ze de halve dag al.”)

-      “Jullie mogen het laatste half uur zelf aan de slag met wat je net gehoord hebt en probeer het te implementeren in je dagelijkse praktijk. Denk daarbij vooral out of the box en verlaat je comfort zone.” (“En de kassa loopt gewoon door. Uurtje factuurtje”)

-      “Ik voel weerstand in de groep. Wat gaan we daaraan doen.” (Ik vraag me af: “Wie we?)

-      “We zakken wat weg. Ik heb een gave energizer om de energie weer in de groep te doen terugkeren. Maak volkomen willekeurig maar vier groepjes. Zoek mensen waarmee je normaal niet zo vaak contact hebt.” (Ik denk: “Vlieg op met je energizer. Het is 5 uur.”)

-      “Huiswerk voor de volgende keer.” (Ik weet bijna zeker: “Daar doen we volgende keer niets mee.”)

-      “Zijn er nog vragen?” (We hebben nooit vragen. We tellen de minuten.)

-      “Goede vraag. Daar kom ik zo op terug.” (Wees alert. Ze komen er nooit op terug want ze weten het ook allemaal niet. Deze opmerking is een uiting van paniek.)

-      “Ik dacht dat ik de stukken had rondgemaild. Daar moet iets misgegaan zijn. Dan deel ik de handout hier uit en las, laten we zeggen, een kwartier leespauze in. Daarna meteen maar de koffie. Ik heb gezien dat er gebak is want we hebben een jarige in de groep. Ik bof maar weer.”

-      “Kunnen de mensen achterin mij ook horen. Ik ga namelijk deze Powerpoint die jullie zelf kunnen lezen ook voorlezen.”

-      “Kies iemand die de placemat voorleest.” (Ik smeek een collega: “Doe jij het?  Ik heb al geschreven.”)

Herkenning? Toch zeker wel enkele zaken. Ze komen allemaal uit mijn eigen ervaringen met dit soort zaken.

Waarom accepteren we (ik ook) al jaren deze onzin? Wees eerlijk. Heb je echt veel aan al die workshops, nascholingen en andersoortige bijeenkomsten gehad? Ik niet. Na tientallen placematjes, grote kring-kleine kring en andere werkvormen krijg je me niet meer enthousiast voor dergelijke tijdsverslindende onzin. De investering (in geld en tijd) staat niet in verhouding tot het rendement.

Ik denk dat we te aardig zijn. Op evaluatieformulieren met 5 balletjes (ook zo’n verplicht nummer waar nooit iets mee gebeurt) zijn we mild. Waarom? Omdat we aardig gevonden willen worden. 
Maar …. Het zijn mensen die in onze tijd opereren. Mensen waar we iets van mogen verwachten en eisen. Mensen die daar doorgaans dik voor betaald worden. Met hun uitgekauwde werkvormpjes uit managementboekjes.

Wat dan wel?

Er zijn prima en kwalitatief zeer sterke workshopleiders die in anderhalf uur, zonder onzinwerkvormen, to the point kunnen komen. Mensen met krijt aan de vingers die weten waar Abraham de mosterd haalt. En die wellicht goedkoper zijn dan de babbelkousjes die 3 middagen nodig hebben om hun flinterdunne boodschap aan de man te brengen.
Deze mensen vind je door eerst hun boeken te lezen en je te verdiepen in hun zienswijze. Er circuleren heel veel prima boeken in het onderwijs. Geschreven door mensen die echt iets te melden hebben. Mensen die weten hoe de praktijk van alleklas in elkaar zit. Pak de JSW, Didactief of Praxis Bulletin eens van de tafel in de personeelskamer. Ze staan erin. Allemaal. 

Ik heb ze meegemaakt. Workshops waarbij ik op het puntje van mijn stoel vanaf de eerste minuut werd meegezogen. Waarbij ik vol ideeën die echt bruikbaar zijn de ruimte verliet. En dat allemaal in ruim een uur. Het hoeft geen 4 middagen van 3 tot 6 te duren. Echt niet. Laat je dat niet wijsmaken. 

Als we nu eens nascholingen kiezen die passen bij de visie van de school (weet jij trouwens de visie van je school?), nascholingen waar de kinderen morgen beter van worden, nascholingen die kort, praktisch en to the point zijn. Wat zou dat fijn zijn.
Per Fte in het basisonderwijs is jaarlijks 500 euro beschikbaar voor bij- en nascholing. Elk jaar weer. Dat is een persoonlijk budget. Veel van dat geld gaat verloren aan dit soort teamnascholingen. Pak de regie. Je hebt invloed op de besteding. Je bent zelf verantwoordelijk voor je eigen professionalisering. Niemand anders. Ga eens na of dat geld (jouw geld) ook echt gebruikt en kom zelf met workshops of nascholingen waar je beter van wordt. 
Nascholingsgeld is gewoon belastinggeld. Ik vind dat men de verplichting naar de belastingbetaler heeft daar kwaliteit voor te leveren en ook kwaliteit van te eisen. We laten ons te veel onzin verkopen.

Bertus Meijer 
Onderwijsenzo

Februari 2019