dinsdag 6 augustus 2019

047. Ik lees dingen: Empathie à la Carte

 


Empathie à la Carte 

Het is begin augustus en ineens circuleert het volgende, al wat oudere, Vlaamse artikel in sociaal mediaal onderwijsland: “In Denemarken volgen kinderen op school verplicht het vak empathie en wij willen dat ook.” Een titel die prikkelt …. irritant prikkelt. Ik vraag me dan meteen af: Wie? Wij? 
Op Nederlandse pagina’s dus ineens een item. Vaak is zo’n artikel de waan van de dag. Helaas lopen we in onderwijsland daar graag achteraan. 

Ik zal aan de hand van enkele citaten het geheel tegen het licht houden.

“In Denemarken volgen kinderen op school verplicht het vak ‘empathie’ en wij willen dat ook.”
Empathie als verplicht vak. Bijna een contradictie. Kinderen verplicht empathisch leren zijn. Bij vakken denk ik trouwens aan rekenen, spelling of aardrijkskunde. Empathie als vak heeft voor mij iets onwenselijks. Empathie verplicht opgelegd. Ik denk dat we die kant niet op moeten gaan. Uit het volgende zal blijken dat we uiteraard wel met empathie bezig zijn. En niet zo’n beetje ook. 

Eens per week proberen de kinderen vanuit de schoolbanken hun point of view bij te schaven door de situatie eens vanuit een andere hoek te bekijken.
Natuurlijk doen we dat allemaal al. De hele week. Dag in, dag uit. 
Kinderen leren dit het best van situaties en niet van plaatjes. Als er een conflict is in de klas gaan we aan de slag met de oorzaak, preventie en andere zaken. Maar ook empathie komt aan bod. Wat voelt de ander? Hoe komt dat? Hoe kun je de ander helpen?

Als kinderen in de kring vertellen over hun overleden oma hebben wij als leerkracht een voorbeeldrol. We praten er samen over, we leven in, ze zien hoe we met hun ouders praten, we vragen hoe het kind zich voelt en we gaan in op dat gevoel. Het kind voelt zich gesteund en de andere kinderen weten dat ze veilig zijn als hen hetzelfde overkomt. Daar kan geen emotiekaartje tegenop.
Maar ook met voorlezen besteed ik er aandacht aan. Ik vraag hoe Matilda zich voelt als haar ouders niks met haar te maken willen hebben, ik vraag waarom Stach doet wat hij doet en ik wil weten hoe Michiel zich voelt als zijn geliefde oom Ben een verrader blijkt te zijn. 
Ook laat ik mijn eigen emoties zien en verwoord ze dan. Toen mijn vader was overleden heb ik het gewoon met de klas gedeeld. Ik vertelde dat ik verdrietig was en hielp ze ook weer daarmee om te gaan. Zo zien ze dat emoties niet "gek" zijn en leren ze deze herkennen.
Het gaat de hele dag door. Meer dan we soms zelf denken.

Om deze vaardigheden te trainen, oefenen de kinderen op afbeeldingen van verschillende emoties die ze dan moeten benoemen: verdriet, frustraties, geluk, ... telkens moeten ze de emotie herkennen en onderbouwen in hun eigen woorden. De kinderen leren te vertellen wat de andere voelt en dat zonder het te beoordelen.”
Empathie a la Carte. Neem het in dit geval maar letterlijk. De kinderen krijgen afbeeldingen te zien en moeten de emoties herkennen. Kan het zinlozer?  Ze moeten vertellen wat de ander voelt en dat zonder oordeel. Dat eerste is natuurlijk al bijna onmogelijk van een plaatje maar dat laatste is natuurlijk al helemaal vreemd. Als ik zeg dat iemand vrolijk is kan ik dat niet zonder een oordeel te vellen. De constatering is al een oordeel op zich maar in mijn hoofd speelt zich ook nog meer af. Vrolijk is voor mij automatisch: blij, leuk, spel, muziek, mijn jeugd en wat niet meer. Waarom wordt er altijd zo panisch gedaan over oordelen vellen?

“Trouwens, heel het schoolsysteem in Denemarken is afgestemd op dit principe. Zo krijgen kinderen jonger dan 13 jaar nooit punten toebedeeld die ze vervolgens kunnen gaan vergelijken met hun klasgenoten.”
Dat is natuurlijk weer leuk bedacht. Maar de praktijk is, zoals vaak, weerbarstig. Geen punten geven betekent echt niet dat kinderen niet weten wie beter is. Het betekent echt niet dat kinderen niet vergelijken. 
Ook hier weer die paniekerige reactie bij beoordelingen. Soms is het zelfs beter. Ik heb leerlingen gehad die hun cijfer mee vonden vallen en dat net nodig hadden. Ook heb ik zelf weleens een dikke onvoldoende gehaald. Een schrikmoment en voor mij reden om er extra mijn schouders onder te zetten.
Bij een goed en positief groepsklimaat moet beoordelen, evalueren en dat samen delen gewoon mogelijk zijn. En daar is constante empathie voor nodig.

't Is nu misschien omdat ik dit schrijf op een verkiezingszondag en hé-le-maal niet uitkijk naar de verschrikkelijke politieke debatten die we waarschijnlijk de volgende 20 maanden zullen tegenkomen waarin kibbelende, niet-empathische partijleiders luid roepend zichzelf op de borst slaan... Dus oh yo, hoe hard hebben we deze empathische skills nodig in Belgie? Die Deense kinderen worden straks volwassen mensen die effectief naar elkaar kunnen luisteren, en vervolgens constructieve oplossingen kunnen bedenken samen! Wake up, Belgium!”
Ik ga even niet in op de populairderige, infantiele toon waarop ik toegesproken word.
Er komt ineens een rare aap uit de mouw. Met een uurtje per week een kaartje lezen zijn de kinderen er klaar voor om betere, empathische partijleiders te worden die eindelijk eens constructief aan de slag gaan. 

Wat mij op de verschillende Facebookpagina’s opviel is het feit dat dit bericht massaal enthousiast omarmd wordt. 
“Fantastisch idee” , “Moet hier morgen ingevoerd worden” , “Dit hebben we nodig” enz.
Werkdruk verdwijnt ineens als sneeuw voor de zon want we kunnen er een zinloos vak bij krijgen. Ik geef in het bovenstaande aan waarom het zinloos is. Laat me nog eens benadrukken dat je empathie niet onderwijst. Empathie is geen vak. Empathie leef je voor als model, laat je zien aan de hand van dagelijkse zaken in de klas en dat doe je als empathisch mens als het goed is de hele dag. Zonder emotiekaartjes en andere onzin. Deze manier is effectiever en nog eens werkdrukverlagend ook (want geen extra uren vrij maken). 
Ik heb weleens het idee dat woorden als empathie bij ons een weke plek raken. We willen zo graag deugen en desnoods de rol van de ouders overnemen. Want uiteraard zijn ouders de eersten die met deze materie aan de slag moeten. Niet alles deugt uit Scandinavië. ` 

Bovenal …..
Zo lang wij nog steeds bijna 20% van alle leerlingen slecht lezend afleveren hebben we echt belangrijker zaken te doen. Waarbij ik herhaal dat empathie niet onbelangrijk is maar de hele week in je zijn en lesgeven is geïntegreerd. 

Maar ook deze 20% verdient gelijke kansen en die hebben ze niet als ze slecht lezend van een plaatje kunnen aflezen of iemand blij is. Kom nou. Wij kunnen wel beter. 


Bertus Meijer / Onderwijsenzo
Augustus 2019

Literatuur:


zondag 4 augustus 2019

046. Ik vind feiten leuk. Maar dat is ook maar een mening.



Ik vind feiten leuk.
Maar dat is ook maar een mening ....


Ik leer mijn leerlingen in het kader van kritisch lezen het verschil tussen feiten en meningen. Dat zijn leuke, maar bovenal zinvolle lessen. Het krijgt bij mij meer aandacht dan de methode geeft. Daar wordt het even aangestipt en na een methodetoets als bekend verondersteld. 

Ik geef een aantal voorbeelden van meningen en feiten. De kinderen moeten dan beredeneren waarom we met een feit of een mening te maken hebben.
Enkele voorbeelden:
-      Maastricht ligt in Limburg (Feit)
-      Rood is de mooiste kleur (Mening)
-      Ik vind jazz leuke muziek (Feit over mijn mening)
-      Feiten leren is leuk (Mening)
-      Bordeaux is de hoofdstad van Frankrijk ((Verkeerd) feit)

Daarna laat ik ze zelf een aantal voorbeelden bedenken die we in een glazen pot gooien en af en toe pakken we een zin om samen te bekijken. 
Het vervolg is dat we in teksten op zoek gaan naar meningen. Dit doen we altijd met een accentueerstift. Die krijgen ze aan het begin van het jaar en ligt vaak op tafel. De teksten uit boeken kopieer ik ook vaak om in te krassen, schrijven en markeren. Mijn ervaring is dat dit na een maand een automatisme is. Net zoals het werken met een aantekeningenschrift.

De kinderen leren meningen herkennen aan signalen als: “Ik denk dat …”, “Ik vind dat ….” of “Ik weet zeker dat ….” 
In de periode erna komt deze materie geregeld terug: als we naar een geschiedenistekst kijken, als ik voorlees uit een spannend boek, als we naar het school tv-journaal kijken. Het kan de hele dag. 

Voorbeelden:
-      Hoeveel meningen hoor je in de eerste twee minuten van het filmpje? Welke?
-      Hoe kun je een mening ombouwen naar een feit?
-      Iedereen vindt de ouders van Matilda onaardig. Is het dan een feit?
-      Is het erg om meningen te horen of lezen die anders zijn dan jouw mening?
-      Draai je eigen mening eens om en verzin eens argumenten
-      Wanneer verandert een mening in een feit?

Geheel in de lijn van close reading vind ik bewijsvoering belangrijk. De kinderen moeten in de tekst aan kunnen tonen waarom zij bepaalde antwoorden geven. Momenteel hebben kinderen de neiging de vragen te beantwoorden alvorens de tekst goed te lezen. Ze vinden het niet leuk om te doen. Dit speuren in teksten motiveert doorgaans meer. Begrijpend lezen is nu vaak een saai verplicht nummer. Plus dat ze strategieën leren die ze nooit zullen gebruiken.

Voor mij is het essentieel dat kinderen verstand van zaken hebben voor ze dit kunnen. Ze moeten meer kennis hebben dan de tekst alleen. Kennis biedt daarbij de onmisbare helpende hand. Die komt niet aangevlogen en zeker niet van internet. Ik vind het onze taak kinderen kennis bij te brengen om het kaf van het koren te kunnen scheiden. Dat leren ze niet vanzelf. 

Toch kom je op internet in discussies soms mensen tegen die moeite hebben met het verschil tussen feiten en meningen.
In mijn column (1) over een opiniestuk van Nelleke Noordervliet (toch niet de minste) over de vrijheid van onderwijs las ik een aantal meningen die als feit werden gepresenteerd. Soms wordt het zelfs letterlijk gezegd.

"De bijzondere scholen mogen volhouden dat zij ook aandacht besteden aan andere levensopvattingen, feit blijft dat de eigen overtuiging luid en duidelijk als de beste wordt gepropageerd. Er heerst zelfs angst voor besmetting." (2)

Hier wordt een (aanvechtbare) mening gepresenteerd en staat er letterlijk “feit blijft …”
Ik heb de tekst eerst twee keer gelezen eer ik hem ging fileren voor mijn eigen stuk. Pas toen viel me op dat er iets heel erg fout zit in deze redenatie.
Daar komt nog bij dat welke onderbouwing dan ook ontbreekt.
Als ik als geoefend en best kritisch lezer al in deze val van de schrijver trap zullen kinderen dergelijke trucjes helemaal over het hoofd zien als ze het niet leren. En dat is in deze tijden van fakenieuws natuurlijk helemaal kwalijk. Meningen worden als feit gepresenteerd. 

Roddelbladen zijn natuurlijk heer en meester met het spelen met feiten en meningen. Een rijke bron bij dit soort lessen.
Aanhalingstekens of vraagtekens maken een wereld van verschil waar de lezer bij de kapper met gemak overheen leest.
-       Zijn Andre en Monique uit elkaar? (lees het artikel en het blijkt dat hij een weekje bij een oom en tante heeft gelogeerd)
-       “GTST-ster komt eindelijk uit de kast.” (blijkt dat hij bij IKEA een Billy boekenkast heeft gekocht. Niet met een Billy samenwoont)
Een samenvatting maken van een artikel uit een roddelblad is ook een leuk startpunt om kinderen te leren samenvatten. Vaak volstaan 2 of 3 regels.

Belangrijk is dus om elke dag, bij een veelvoud aan verschillende teksten hiermee bezig te zijn. 
Voorkennis is zoals gezegd ook van groot belang. Om feiten en meningen van elkaar te kunnen onderscheiden moet je kennis hebben. Die zal je eerst aangereikt moeten worden.
Er is momenteel een tendens die zegt dat veel kennis op internet te vinden is. Feitenkennis wordt dan als minder belangrijk gezien. Uit het voorgaande zal hopelijk blijken dat hetgeen op internet te vinden is niet altijd uitblinkt van betrouwbaarheid. Een simpel opiniestuk van een bekend schrijfster in een gerenommeerd dagblad als Trouw blijkt niet echt betrouwbaar als bron te zijn... Verdraaide feiten kunnen zo een eigen leven gaan leiden. 

Ik heb nog nooit gericht gekeken naar teksten in de boeken voor de zaakvakken, maar ben benieuwd of daar al dan niet onbedoeld dit soort zaken ook in geslopen zijn. Dat is niet erg als we met de kinderen zien wat er gebeurt. Niet erg omdat het nu eenmaal overal en altijd gebeurt. Leer kinderen er maar mee om te gaan. Feit (!) is namelijk ook dat meningen een tekst prettiger om te lezen maken. Een overzicht van feiten is al snel droge kost. Ik zal daar in een latere column eens op terugkomen.

Dus ….
In deze tijden van snel en soms nep nieuws is het zaak om kritisch met feiten en meningen om te gaan. Ik heb mezelf dat in de loop der jaren geleerd. Het verschil tussen feiten en meningen is soms diffuus. Zeker als er middels handige taalkundige trucjes een mist omheen wordt gecreëerd. Daarom is het goed om kinderen van alle leeftijden hier mee om te leren gaan. Daar geef ik boven al verschillende ideeën voor.  

Bertus Meijer
Onderwijsenzo
Augustus 2019

Literatuur:


donderdag 1 augustus 2019

045. Entrepe-nerd


 

Entrepe-nerd.


Ik ben dol op lijstjes. Daarom ook mijn blogs over doorspoelwoorden (1) en discussietrucs (2). Lijstjes geven me snel duidelijkheid in deze snel veranderende wereld. Deze wereld waarin alles altijd anders moet. 

·      “Bertus, Alles moet anders.”
·      “Waarom?”
·      “Weet ik niet. Maar alles moet anders. Het moet uit de mensen zelf komen.”
·      “Hoe?”
·      “Weet ik ook niet. Alles moet anders. Jij bent negatief en conservatief. Ga eens in je kracht staan. Je straalt negatieve energie uit.”

Vandaag weer eens een rondje LinkedIn (3) gedaan. De jobtitels die de mensen zichzelf daar aanmeten zijn schattige wonderen van creativitaal. En soms hilarisch.
Ik noem mezelf nog steeds vol trots “schoolmeester” of “onderwijzer”. (3) Maar dat schijnt erg 1971 te zijn. Er schijnt een sfeer van lijfstraffen, armen over elkaar en bullebakkerige dictatuur omheen te hangen. Het zal wel …..

Daarom hieronder een lijstje met benamingen voor allerlei soorten bezigheden die ik tegenkwam op Linkedin. Ze zijn niet allemaal onderwijsgerelateerd. Wel zijn ze allemaal van Nederlandse leden van LinkedIn.
Veel plezier en aanvullingen zijn welkom.

-      Program Manager Digital Transformation
-      Provocatieve Lachcoach - (Ik moest lachen, dus het werkt)
-      Liefdeswetenschapper – (Ineens weet je het. Ik word liefdeswetenschapper.)
-      Grenzenloods
-      Vraaggericht onderwijsveranderaar - (Da’s wel fijn. Je hebt ze ook die niet op een vraag wachten.)
-      Verandermanager
-      Adviserend onderzoeker
-      Entrepeneur
-      Influencer
-      Facilitator
-      Matcher (Ik vermoed iets met lucifers.)
-      Teacher Dutch (?) - (Deze is geweldig. Voor de duidelijkheid: het was gewoon in Nederland, gericht op de Nederlandse markt.)
-      Policy advisor
-      Overal inzetbaar veelzijdig multitalent (Da’s wel heul erg dubbelop)
-      Talent developer
-      Expert Persoonlijke Ontwikkeling (Da’s meer dan ik zelf ben bij mijn persoonlijke ontwikkeling)
-      Junior Influencer
-      Dog Assisted Coach
-      Happy Life Expert
-      Teambuilding Advocate (??)
-      Mensenexpert
-      Changemanager
-      Jeugdregisseur (Ben je hiervoor geschikt als je meerdere musicals met groep 8 hebt gedaan?)
-      Verbinder tussen vraag en aanbod
-      Innovatie-expert
-      Programmamanager Onderwijsinnovaties
-      Leadership Coach
-      In between jobs
-      Mindfulness Educator
-      Leven Lang Leren-begeleider (zit je daar dan jaren aan vast?)
-      Echtscheidingsmakelaar
-      Beschikbaar voor een nieuwe uitdaging
-      Kansengrijper
-      Capacitybuilder
-      Rust in mijn hoofd coach
-      Growth hacker
-      Transformatiebegeleider
-      Creator of Touchpoints
-      Returning to paid work
-      Procesverduurzamer
-      Sparrende katalysator
-      Lifestyle planner
-      Visionair
-      Inspirator
-      Inspirerend vrijdenker
-      Provocerend dagvoorzitter (Zo iemand waar ik echt de hele dag enorm niet naar wil luisteren.)
-      Supervisiekundige
-      Gespreksvoerder (Is dat een ander woord voor babbelkousje?)
-      Life investor
-      De enige, echte verandercoach
-      Samenlevingsontwikkelaar
-      Paardengedragstherapeut
-      Sprankelende persoonlijkheid
-      Pooier (???)

Bent u er nog?
Blijkbaar is normaal Nederlands ook erg 1971. 
Ook hier geldt weer dat je willekeurig enkele zaken aan elkaar kunt plakken en je weer een nieuwe job hebt gecreëerd. Een leuke-uurtje-factuurtje-babbeljob. Echt …. Iedereen kan het.

Ik noem:
-      Provocatief lachcoachend onderzoeker
-      Transformerend liefdescoach met paarden
-      Leadership Assisted Management Expert
-      Kansengrijpende capacitybuilder in between jobs
-      Provocerend pooier.

Echt …. Iedereen kan het.



Bertus Meijer
Onderwijsenzo

Literatuur