zondag 17 november 2019

059. Ik lees dingen: Rust als oplossing.




Ik lees dingen …..
Rust is het antwoord

Op 13 november 2019 verschijnt er op de website van DVHN (Dagblad van het Noorden) een opiniestuk met als titel: “De rust moet terug in de lessen.”  (1) Ik ben benieuwd naar de inhoud van deze stellingname en, vooral, de onderbouwing. 

Het is geschreven door Peter de Vos. Hij is gepensioneerd gym- en natuurkundeleraar.
Ik denk dat het goed is om naar mensen met een rijk onderwijsverleden te luisteren. Het stuk bevat een aantal goede elementen. Helaas slaat de schrijver ook een aantal keren de plank mis. We moeten, denk ik, af van anekdotische bewijsvoering. Deze wordt te vaak aangevoerd als overkoepelend en universeel. Ze doen het leuk als anekdote, maar daar moeten we het wel bij laten. 

Citaat 1:
“De hoogte van het salaris is ook een vaak genoemd argument in de discussie over de problemen in het onderwijs. Naar mijn idee mag dat wel iets meer zijn, maar slecht betaald worden de onderwijsgevenden nu ook weer niet.”

Er zijn veel problemen in het onderwijs, maar de hoogte van het salaris wordt nagenoeg nooit genoemd als argument om deze problemen te verklaren. Ook het feit dat we slecht betaald zouden worden heb ik nog weinig gehoord. De mensen in met name het basisonderwijs zien graag dat de niet uit te leggen en als oneerlijk ervaren kloof tussen de salariëring van PO en VO wordt verkleind. Maar dat daar de oorzaak van andere problemen ligt is echt onwaar.

Citaat 2:
“De groepsgrootte wordt vaak aangehaald als belangrijke oorzaak van de verzwaring van de onderwijstaak. Dat is echter geen factor van groot belang. Ikzelf zat in 1960 in een eerste klas van meer dan dertig leerlingen. Dat was toen niet zo’n probleem. De leerlingen hadden thuis geleerd goed te luisteren op school en zo niet, dan zwaaide er wel wat bij thuiskomst!”

De oud-leraar komt middels een anekdotische introductie tot een aantal verrassende conclusies. Dat hij zelf in een gestroomlijnd functionerende klas met meer dan 30 leerlingen zat is prettig te lezen maar voegt nagenoeg niets toe aan deze discussie.
Dat een klas van meer dan 30 in zijn tijd geen probleem was kan zijn, maar ik ga er vanuit dat de juf van zijn eerste klas eventuele problemen niet met de klas besprak. Dus of er eventuele problemen waren zal aan hem, zijn medeleerlingen en hun ouders voorbij zijn gegaan. 
Het argument waarin grote klassen vroeger worden vergeleken met huidige klassen (die trouwens tegenwoordig ook vaak meer dan 30 leerlingen bevatten) is natuurlijk het vergelijken van appels met peren. De werkwijze is anders, de tijd is anders en de mensen zijn anders.
De schrijver suggereert in de laatste zin dat kinderen tegenwoordig niet meer leren om naar de leerkracht te luisteren is niet onderbouwd. Ik denk, om ook eens anekdotisch te zijn, dat de kinderen van tegenwoordig ook gewoon wordt verteld goed naar de leerkracht te luisteren. Luisteren als in “alles slikken voor zoete koek” is gelukkig voorbij. Ik luisterde vroeger naar mijn juffen en meesters uit angst. Angst voor straf en andere sancties. Ik was eigenlijk altijd bang en op mijn hoede. Dat heeft helemaal niets met respect voor de leerkracht te maken. Integendeel zou ik willen stellen.

Citaat 3:
“U zult begrijpen dat stagiairs die van de pabo of een andere lerarenopleiding afkomen, enorm schrikken van de ‘toestand’ van een klas waar zij voor komen te staan. Wat allemaal komt kijken bij het lesgeven en hoe je je staande moet houden voor de klas, schrikt dermate af, dat veel van deze studenten het voor gezien houden. Ook weten de huidige studenten zelf nog hoe het was als leerling in een klas met een wanhopige leerkracht ervoor; dat werkt ook niet echt mee.”

Als een zin begint met “U zult begrijpen dat ….” gaan bij mij alarmbellen af. Het is een gekende discussietruc waarin de lezer geneigd is sneller akkoord te gaan met het gelezene omdat men anders blijkbaar iets niet begrijpt. Dat voelt niet lekker, dat niet begrijpen. Ik ben dan extra alert op dat wat ik dien te begrijpen.
Ik lees een tegenstrijdigheid: de studenten schrikken van de toestand en ze weten zelf nog hoe het was.
Alles valt of staat met een goede voorbereiding op de lerarenopleiding en PABO. Als de schrijver bedoelt dat deze onvoldoende is met ik het volmondig met hem eens. Maar dat schrijft hij niet. Of hij dat bedoelt weet ik niet.

Citaat 4:
“De rust in de lessen moet terug. Dat zal uiteindelijk leiden tot meer respect voor de leerkracht.”

Ik zou graag meer onderbouwing zien van het oorzakelijk verband tussen rust in de les en respect voor de leerkracht. Vooralsnog ben ik nog niet overtuigd van dit verband. Rust in de les is trouwens wel belangrijk. Respect voor de leerkracht ook. 

Citaat 5:
“Om toch te kiezen voor dit beroep moet je wel uiterst gepassioneerd zijn en een specifiek soort onderwijzers-DNA bezitten want je kiest voor een mooi vak waar helaas weinig respect meer voor is. Of dat in de toekomst anders zal zijn? Vast wel … Maar of ik dat nog mag meemaken?”

Wederom wordt de “weinig respect” kaart hier ook weer getrokken. 
Na deze eindzinnen vraag ik me af wat de schrijver voor ogen heeft. Hij haalt, op een beetje onhandige wijze, een aantal zaken aan die anders moeten. (respect voor de leerkracht, de rol van de ouders, salariëring en afhakende stagiairs). Maar ik lees geen oplossingen voor genoemde zaken. Het blijft allemaal een beetje in de lucht hangen. Dat is een gemiste kans.

Zoals gezegd ben ik er van overtuigd dat de jongere generatie dingen kan leren van de oudere onderwijsgeneratie, maar dat geldt ook andersom. Ik reken mezelf met bijna 40 jaar voor de klas ook tot de oude rotten. Deze veteranen moeten proberen niet de oude tijd waarin grote groepen kinderen naar kennis smachtend in de banken ja en amen speelden te verheerlijken. Ik zie ook veel veranderingen (lees met nadruk niet vernieuwingen) die een verbetering zijn. Het woord verandering zegt het al. Je gaat uit van dat wat er is en verbetert deze aan de hand van effectieve en bewezen zaken. Zo moet het zijn …..

Bertus Meijer / Onderwijsenzo 
November 2019



vrijdag 15 november 2019

058. Ik lees dingen: Fulltime als oplossing.




Ik lees dingen …..

Fulltime werken als oplossing?

Op 14 november 2019 verschijnt er op de website van Trouw een opiniestuk met als titel: 
“Iedereen fulltime aan het werk en het lerarentekort is opgelost”. (1) Een kop die me alvast aanzet tot lezen. Ik ben benieuwd naar de inhoud van deze oplossing en, vooral, de onderbouwing. Er wordt al te veel zonder degelijke onderbouwing gezegd.

Het is geschreven door Jacques Giesbertz en Aad van Loenen. Eerstgenoemde is oprichter van stadouders.nl en de tweede oud-onderwijsdirecteur.
Ik kan me bij de term onderwijsdirecteur weinig concreets voorstellen maar wellicht wordt er hier bedoeld dat de schrijver oud-directeur van een onderwijsinstelling is. Of dat basisonderwijs of een andere vorm van onderwijs is niet duidelijk. We gaan er maar van uit dat beide heren verstand van zaken hebben.

Helaas staan er in het stuk een aantal aannames die niet kloppen, niet onderbouwd zijn of gebaseerd zijn op drogredeneringen. Ik zal dit proberen te laten zien aan de hand van enkele citaten uit het stuk.

Citaat 1:
“Maar er is helemaal geen tekort aan leraren in het primair onderwijs. Er is wel een overschot aan leraren die in deeltijd werken. Dat is opmerkelijk want leraar zijn op een basisschool zou een fulltime baan moeten zijn. Lesgeven betekent vooral een goede relatie opbouwen met je leerlingen. En dat kan nauwelijks als er twee of drie leraren voor de klas staan” 

De laatste zin boeit me. Helaas wordt deze bewering nergens onderbouwd. Ik ben benieuwd naar een onderzoek waaruit blijkt dat het niet of nauwelijks mogelijk is om een goede relatie met leerlingen op te bouwen.
In het verlengde hiervan ben ik benieuwd naar wat de schrijvers verstaan onder een goede relatie. Helaas blijft het hierbij. Er wordt alleen maar iets gezegd.
Het is natuurlijk ongepast om al die duizenden parttimers weg te zetten als leerkrachten die geen of nauwelijks een goede relatie met hun leerlingen hebben. Omdat ze parttimer zijn. Een klap in het, toch al blauwe, gezicht van al die mensen die alles op alles zetten om het schip drijvende te houden.

Citaat 2:
Meer geld om de werkdruk te verlagen, is een andere veelgehoorde optie. Echter, de werkdruk is met name zo groot omdat er zoveel parttime werkende leraren zijn.”

Ook hier weer een niet onderbouwde opmerking. De parttimers krijgt hier de schuld van de oplopende werkdruk. Het verband tussen werkdruk en parttimers wordt ook hier niet onderbouwd en de schrijvers blijven in kretologie hangen. Graag zou ik dit verband aangetoond zien. 

Citaat 3:
“De meest voor de hand liggende oplossing is dat meer leraren fulltime gaan werken. Dat zet echt zoden aan de dijk. Het lost het vermeende tekort aan leraren op. Levert direct meer salaris op."

Wederom een redenering die niet klopt. Meer werken levert meer salaris op. Dank je de koekoek. Hier wordt voorbij gegaan dat meer salaris niet eens de inzet is van de stakingen en acties, maar het gelijk trekken van de oneerlijke kloof tussen PO en VO. De schrijvers weten dat best en gaan hier aan voorbij. Ga maar meer werken, dan heb je ook meer salaris is de ronduit onnozele redenering.

Citaat 4:
“Maakt het op orde houden van de klas (klassenmanagement) ook eenvoudiger.”

Hier ben ik weer benieuwd naar wat de schrijvers verstaan onder het “op orde houden van de klas”. Voorts zie ik geen enkel verband tussen dit gegeven en het functioneren van parttimers. Ook hier worden de parttimers onterecht weggezet als oorzaak van allerlei problemen.

Citaat 5:
“Met één leraar voor de klas hebben de kinderen een grotere kans op de welgemeende aandacht die de basis vormt voor hun voorspoedige ontwikkeling.

Ik hoop ondertussen dat parttimers dit stuk niet lezen. Want ik lees nu dat ze de voorspoedige ontwikkeling van de kinderen ook nog eens belemmeren. En wederom geen enkele onderbouwing. 

Citaat 6:
Grosso modo zal het maximale tekort aan leraren in het primair onderwijs 10 procent bedragen van het aantal leerkrachten in het primair onderwijs. Dus op een school met twintig leerkrachten zal het gemiddelde maximale tekort twee leraren zijn.”

“Gemiddelde maximale….”: zien de schrijvers dan zelf niet in dat ze hiermee een tegenstelling in twee woorden gebruiken. Als een gemiddelde 2 is, kan het maximale wel ergens 15 zijn. Met dergelijke versimpelde rekensommetjes kun je alles wel wegredeneren.

Kortom:
Ik word graag getriggerd door opiniestukken. Maar ...... ik mag verwachten dat een gerenommeerde krant als Trouw hogere eisen stelt aan de inhoud van deze stukken. Dat is helaas hier niet gebeurd.
Parttimers worden op een aantal aangehaalde plaatsen weggezet als de oorzaak van nagenoeg ieder denkbaar probleem in het onderwijs. Dat is onterecht en denigrerend.
De schrijvers zijn hierbij voorbij gegaan aan de reden waarom mensen parttime zijn gaan werken. De ruime salariëring zal het niet zijn want ze dragen zelf een, aan alle kanten rammelende, oplossing hiervoor aan.
Helaas is de kop prettig “klikmateriaal”. Ik deed het ook. Het stuk bevestigt helaas het gevoel dat sommigen hebben bij leerkrachten.

Bertus Meijer / Onderwijsenzo 
November 2019