vrijdag 31 mei 2019

035. Het vijfde gebod van Stijn: "Zeg wat goed is en wat fout"


De tien geboden van Stijn de Paepe.
Nummer 5: Zeg wat fout is en wat goed 



Stijn de Paepe noemt zich een moderne Vlaamse rederijker. Sinds september 2016 schrijft hij dagelijks een dagvers in de Vlaamse krant “De Morgen”. Onlangs bestond het vers uit tien geboden voor het onderwijs. In deze reeks columns licht ik er steeds eentje uit.

Vandaag nummer 5: Zeg wat fout is en wat goed.

Het schrijven van onderwijscolumns en het beheren van een onderwijspagina is een aangename bezigheid. Je wordt al doende een beetje een bekende in onderwijsland. Het is grappig als mensen naar je toekomen en vragen of je “hij van Onderwijsenzo” bent. 
Maar schrijven voor leerkrachten betekent ook dat je schrijft voor het meest kritische publiek dat er is. Bijdragen worden vaak met een stofkam gelezen. Fouten zoeken zit in ons DNA.
Ik ben, geloof ik, redelijk taalvast maar er sluipt weleens een taal- of spelfoutje door. Soms door onwetendheid, soms door een niet opgemerkte automatische iPad correctie en soms doordat ik dingen heb vervangen of verplaatst. Schrijven is schaven en soms ben je vergeten waar je hebt geschaafd.

De reacties van collega’s op die fouten zijn op zijn zachtst gezegd niet mis:
-      “Dat jij jezelf leerkracht durft te noemen!”
-      “Ik zou mijn kind nooit aan jou toevertrouwen.” 
-      “Those who can’t teach …. Teach.” (mijn Nederlandse spelling wordt dan met een Engelse dooddoener gecorrigeerd)
Let wel. Dit zijn de reacties van collega’s (!) op een enkele –dt fout. Het meest vervelende is dat de rest van de reacties gaat over DE FOUT en dat de eigenlijke boodschap in de column wordt genegeerd. De boodschap die ik zo graag wilde vertellen. De boodschap waar ik zo graag een discussie over wilde beginnen. 

Uiteraard zet je jezelf wel enorm te kijk als zeer onsympathiek als je zo reageert. Hoe denkt de schrijver zelf over te komen als hij dit schrijft? Het heeft vooral een hoog “kijk mij eens goed kunnen spellen en ontzettend deugen” gehalte. Dat is niet slim. Ze roepen dat ze mijn collega niet zouden willen zijn. Dat gevoel is dan wederzijds. Zijn we het gelukkig over een ding wel eens. 
Maar ik ben altijd wel blij als ik via een persoonlijk berichtje op een fout word gewezen. Ik bedank dan en corrigeer onmiddellijk. Zonder fouten is het streven. Want fouten leiden af van de boodschap in dit geval. 
Maar ook voor volwassenen geldt hetzelfde als in de klas geldt: “Complimenten schreeuw je en kritiek fluister je.”

Toch is fouten maken voor de meesten van ons wel een dingetje. We roepen allemaal wel dat fouten maken mag. Maar dat geldt niet voor onszelf.
In het onlangs door mij besproken boek “Leergeluk” kwam ik de volgende quote tegen: “Maak je nooit fouten, dan ben je iets aan het doen dat te makkelijk voor je is.” (1). Deze vind ik veel mooier dan de dooddoeners “Van je fouten leer je” of “Fouten maken mag”.

Wat het voor ons leerkrachten moeilijk maakt om kritiek te geven is het feit dat kinderen thuis vaak weinig kritiek krijgen. Kinderen horen vaak alleen maar dat iedere uiting die ze doen “fantastisch” en “geniaal” is. Vaak worden deze zaken ook nog eens uitgebreid gedeeld op de sociale media. Met bergen likes en steunbetuigingen van familie en aanverwante bekenden als gevolg. Het kind wordt als geweldig behandeld en zal zich ook geweldig voelen. Het gaat vaak over (sport)prestaties, tekeningen en andere uiterlijke zaken van voorbijgaande aard. 
“Je hebt hard gewerkt maar het is nog niet gelukt” is eigenlijk een veel mooier compliment dan “Wat een fantastische tekening”. Het woordje “nog” maakt het helemaal af. Daar spreekt hoop en vertrouwen uit.

Je kunt je afvragen of vanuit het fantastisch vinden van alles een prikkel uitgaat om jezelf verder te ontwikkelen. (2)
Het gaat om de combinatie: goedkeuring om te bevestigen en de moed erin te houden en kritiek om te stimuleren tot verandering en verbetering.” (2)

Kinderen op fouten wijzen noemen we tegenwoordig verzachtend feedback of terugkoppeling geven. Of erger …. tips en tops geven. De ergste hoorde ik pas: “Geef eerst drie tops en alleen dan pas een tip.” 

Je leest weleens dat feedback een cadeautje is. Onzin. Feedback is vaak onprettig en rottig, maar wel nodig om verder te ontwikkelen. Bij feedbackrondjes zit ik met buikpijn te wachten tot ik aan de beurt ben. Pak het niet in met gekleurd papier en een strikje. Wees eerlijk en oprecht. Daar heeft de ontvanger veel meer aan.

Denken we trouwens echt dat kinderen achterlijk zijn? Ze hebben heus wel door dat je gewoon de foute en goede dingen aan het benoemen bent. Met je tips en tops. En dat mag ook. Waarom moeten alles tegenwoordig met groene pen en andere omtrekkende bewegingen? 
Wat het kind wil voelen is dat je je kritiek met een constructieve intentie geeft. Kritiek die aanstuurt tot verbetering en verandering. Dat je aangeeft dat fouten maken moet omdat het soms niet makkelijk is. Maar dat de beloning erna des te groter is. Want als het lukt heb je de beste feedback ooit te pakken. Daar kan geen leerkracht tegenop.

En laat zien dat volwassenen ook fouten (mogen) maken. Ik maak geregeld fouten in de klas en ik vind het leuk als kinderen de fout ontdekken en mij erop wijzen. Ik verbeter en we gaan samen door. De wereld draait gewoon door. Fouten maken is een gewoon gegeven. 

Ik eindig met het leuke deel: complimenten geven. 
Het moge uit het voorafgaande duidelijk zijn dat het lukraak roepen dat elke prestatie of uiting fantastisch is weinig effect sorteert. Kinderen kunnen zelfs een mate van faalangst ontwikkelen. Nieuwe uitdagingen zijn geen uitdagingen meer, maar eng en te vermijden. Blijf binnen je comfort zone waar alles toch al fantastisch is. 
Een effectief compliment moet aan een aantal criteria voldoen: (3)
1.    Duidelijk en concreet. Alleen “goed zo” zeggen is niet voldoende (Note to self: Ik zeg het te vaak. Gedachteloos. Leermoment.)
2.    Zorg dat het kind voelt dat je het meent.
3.    Geef het compliment snel.
4.    Wees specifiek.
5.    Complimenteer de inzet, niet het resultaat.
Mijn doel voor de komende periode is minder gedachteloos complimenten geven. Maar echt gemeende, oprechte complimenten en kritiek. Zaken waar een kind (en volwassene) meer verder kan. 

Bertus Meijer
Onderwijsenzo
Mei 2019  


Literatuur:
4.     

Verder lezen: 





donderdag 23 mei 2019

034. Mijn eerste jaar voor de klas



Mijn eerste jaar voor de klas

Ik kwam in 1983 van de Pedagogische Academie “Kweekschool met den Bijbel” in Rotterdam. Het was de tijd van de grote werkloosheid in het onderwijs. Ik bleef als invaller “hangen” op mijn laatste stageschool en kreeg al snel een eigen groep. Dat eerste jaar met een eigen groep heeft me tot op de dag van vandaag beïnvloed.

De eerste dag na de vakantie zat er een klas 2/3 (nu groep 4/5) van 22 kinderen op mij te wachten. Dat was spannend. Ik kende de kinderen gelukkig al door mijn stage- en invalperioden. Ik woonde in de wijk. Ik sprak de taal van dat dorpje naast de stad. 

In klas 1/2 (groep 3/4) werkte een oudere leerkracht. Mijn oude stagementor.  Zij had al vele jaren ervaring. Als ze nu nog leeft zal ze tussen de 80 en 90 zijn. Ze was zeer geliefd bij kinderen, ouders en collega's. Alle kinderen waren dol op haar. Tot in groep 8 praatten ze vol liefde over haar. Oud leerlingen kwamen graag bij haar langs. Mijn grote voorbeeld. Ze was nooit boos (Als ze boos was zei ze alleen, “Doe niet zo mal” en het kind gedroeg zich weer voorbeeldig), ze was creatief, de kinderen leerden veel. Aan haar de taak om mij te begeleiden. Daar zat geen ingewikkeld Excel sheet met taakverdelingen aan vast. Ze deed het gewoon. De juiste persoon op de juiste plaats. Ik had het slechter kunnen treffen.

Iedere vrijdagmiddag bleven we samen na schooltijd om te overleggen. Ze had alle rust want haar werk was klaar. Geen nakijkstress, geen toetsengehijg, geen administratie. We hadden koffie met een koek en gingen aan de slag. Ze gaf wel duidelijk aan dat ze een uur had. We handelden zeer efficiënt. Geen gebabbel om het gebabbel.

We hadden op die school geen rekenmethode. Samen keken we naar de stof die in de week behandeld was. Ik kende de kinderen en kon haar precies vertellen of ze de minimumdoelen van de week ervoor gehaald hadden. Die doelen hadden we samen opgesteld. Omdat de minimumdoelen duidelijk waren hoefde ik op vrijdag maar een korte observatie dan wel toets te doen en ik werd bevestigd in mijn vermoedens. Soms ook niet. Dan wilde ze weten hoe dat kwam. 

Haar ervaring en belangstelling maakte dat de leerlijnen voor de vakgebieden exact in haar hoofd gebeiteld zaten. Als alle kinderen het minimumdoel hadden behaald (in de week stond een enkel doel centraal, in de erop volgende weken kwam het doel geregeld terug en breidden we het uit) gingen we samen kijken naar de stappen voor de volgende week. Ik bedacht een taak met 4 sommen. Drie sommen die het doel inoefenden en de vierde was altijd een herhaling van voorgaande doelen. Ze had materialen die bij het nieuwe doel pasten. Die materialen lieten de kinderen oefenen, oefenen en oefenen. Als de stof eenmaal “zat” gingen we naar de toepassing ervan. De kinderen leerden een enkele manier van oplossen.
Het streven was altijd om de groep bij elkaar te houden. De minimumdoelen waren ook ons doel. We werkten niet naar een voldoende toets toe, we werkten naar een volgend doel.
Als een groot deel van de klas het doel niet had gehaald gingen we op de rem staan. We herhaalden en we oefenden tot we verder konden. Iedereen bleef binnen boord. Kinderen die meer konden kregen extra werk, wat moeilijker werk of een andersoortige uitdaging. Maar de groep bleef bij elkaar. Later begreep ik dat we bezig waren met convergente differentiatie. 
De “echte” uitvallers gingen naar de remedial teacher. Die was er nog.
Met taal en andere vakken werkten we op dezelfde manier. Alleen hadden we daar wel
methodes voor. 

We hadden samen alle tijd om zaken uit te werken. We hadden samen alle tijd om goede, leerzame en leuke lessen te bedenken. Omdat we niet gestoord werden door liflafjes hadden we alle tijd om de kinderen in deze gewone volkswijk veel te leren en ook nog dingen te doen op creatief gebied. Maar bovenal wilden we de kinderen alle kansen geven. Kansen die ik, ook uit deze wijk, ook had gekregen.

De directeur had alle vertrouwen in mijn collega. Hij hoefde niet te checken. Zijn vertrouwen in mij groeide ook dat eerste jaar.
Ze was ook voor mij aardig maar streng. Als ik, in haar ogen, te weinig had gedaan werd ik vriendelijk en kordaat te kennen gegeven dat er wel gewerkt moest worden. Zelf ik hoorde weleens “Doe niet zo mal”. Ik deed dat graag …. voor de kinderen en voor haar.

Velen zullen haar aanpak traditioneel noemen. Maar traditioneel is te veel synoniem geworden voor spruitjeslucht en behoudend. Hoewel ik nooit begrijp waarom je het goede niet zou behouden. 

Ik noem deze aanpak liever effectief. Kinderen die veel leerden met een aanpak die achteraf veel elementen bevat van directe instructie (doelen, voordoen-samen doen-alleen doen) We hadden zelfs een voorloper van de beurtenstokjes. Ik prikte in de namenlijst een naam. Als wisbordje avant la lettre gebruikte ik goedkope HEMA kladblokken. Geregeld spreek ik oud leerlingen. Ze kijken allen vol liefde terug. 

De rust en werkplezier die ik dat eerste jaar had gun ik al mijn (startende) collega’s en mezelf ook weleens. Al onze tijd ging op aan het voorbereiden van goede lessen, het bedenken van interventies bij uitvallers (leve de Praxisreeks) en maken van stencils voor de inbrander. Ik was weinig tijd kwijt met administreren, buitenschoolse zaken, overleg en mezelf verantwoorden. Ik werd vertrouwd en gaandeweg losgelaten.
En ….. als ik naar huis ging was ik klaar.

Bertus Meijer
Mei 2019 

vrijdag 17 mei 2019

033. Mijn werkstuk over Justin Bieber



Mijn werkstuk gaat over Justin Bieber 

Inleiding en voorwoord en zo.
Ik heb alle informatie van Google. Dat mocht van mijn mees. Hij zegt dat ik niet alles hoef te weten omdat er Google is. Dat was best fijn. Ik begon pas gisteravond. Om half tien.

De bronnen staan onderaan. Eerst had ik daar alleen www.google.com staan maar de meester wilde meer zien. Hij wil altijd dat we meer doen dan tegenwoordig hoeft. Wikipedia, Story en Elle en zo.
Maar nu mijn werkstuk.

Justin Bieber is mijn favoriete zanger sinds ik drie ben. Dus best al heel lang. Mijn hele leven al want van die eerste jaren weet ik niks meer. 
Ik wilde met hem trouwen maar dat kan niet meer want hij is getrouwd op 28 februari 2019. (1) Maar dat zal wel misgaan. Misschien is het de scheidingsdatum want Wikipedia zegt dat hij op 13 september 2018 is getrouwd. Maar dat was voor de wet. Maar ik geloof Elle eerder dan Wikipedia. (2) Zeker omdat hij op 1 april (!) 2019 zegt dat hij vader gaat worden. (3) Dat wordt dan wel zijn tweede kind want in 2016 kreeg hij een kind samen met Kourtney Kardashian. (4)

Zijn vrouw is ook erg intelligent. Zij is de ontdekker van het bloedgroependieet. Dat heeft in alle tijdschriften gestaan. Dus ook zij is heel slim. (5) Dit wist ik niet. De meester heeft gelijk. Op google vind je alles.

Jeugd en begin:
Bieber is de zoon van Jeremy Bieber en Pattie Mallette. Hij is opgegroeid in Stratford (Ontario). Zijn ouders zijn gescheiden. Zijn vader woont in Canada.[1] Via zijn vader heeft hij een jonger halfzusje en -broertje, Jazmyn en Jaxon. Op zijn tweede begon hij met drummen, kort daarna startte hij met gitaar spelen. Zo heeft hij zichzelf drums, gitaar, piano en trompet leren spelen. Op zijn twaalfde begon hij met zingen en deed hij mee aan een lokale zangwedstrijd, waar hij als tweede eindigde.
Aanvankelijk zette Bieber filmpjes van zijn deelname aan een lokale zangwedstrijd op YouTube voor familie en vrienden die niet bij zijn optredens konden zijn. Een medewerker van Ushersplatenlabel Island Def Jam, Scooter Braun, liet hem overvliegen naar Atlanta om te zien wat Usher van hem vond. Hij kon ook kiezen voor Justin Timberlakes label, maar is uiteindelijk toch voor Usher gegaan. In oktober 2008 tekende Bieber een platencontract bij Island Records.[2]
Dit stukje heb ik gecopied van Wiki. Ik snapte eerst het woord lokale niet. Maar toen ik op www.woorden.org keek begreep ik dat hij vooral op scholen en zo zong. Ik heb wikipedia wel een mail gestuurd dat er nog een n achter moet. (6)

Zangcarrière
In 2009 kwam zijn eerste single uit. Dat kan geen toeval zijn want dat is mijn geboortejaar. 
Hij heeft daarna een heleboel grote hits gehad. Soms hoor ik geruchten dat hij niet zelf zingt op zijn liedjes maar dat is niet waar want ik kon er niks over vinden op het internet. Dus ….

Niet alles klopt wat er op internet staat. Ik lees dat hij gaat stoppen. Maar dat is helemaal niet waar. (7) Hij zou zijn fans nooit in de steek laten. 

Nawoord.
Dit werkstuk ging veel beter dan mijn werkstuk over Fidget Spinners in groep 6. Juf Claire wilde toen dat ik allemaal dingen las in boeken en zo. Terwijl er helemaal geen boeken over Spinners bestaan. Dat wist ze best.
Meester Bas pakt het dit jaar veel beter aan. Hij zegt dat we weinig hoeven weten omdat alles op internet staat. Nou, dat klopt dus. En je bent ook veel sneller klaar.
Ik hoop dat u veel plezier had met lezen.

Dit is het werkstuk van Priscilla-Esmeralda

Bronnen:

8.