donderdag 14 maart 2019

022. Mijn moeder was een hordenmoeder


 

Mijn moeder was een horden-ouder

Het was niet juf Ank die de term curlingouders in Luizenmoeder lanceerde. Op 15 december 2017 kwam het woord Curlingouders al voor in het NRC-artikel “Gun je kinderen ook eens een teleurstelling.” (1) Dat was meer dan een jaar voordat het woord echt bekend werd door Luizenmoeder. De term komt van de Deense psycholoog Bent Hougaard. Hij introduceerde het zelfs al in 2012. (2)

Wat zijn curlingouders?
Bij de sport curling heb je “vegers” die voor de geworpen granieten steen uit de ijsbaan vegen om te zorgen dat hij zo gladjes mogelijk, zonder obstakels, op de gewenste plek komt. Zijn effenen het pad dus. Dat doen curlingouders ook. Ze effenen het pad voor de kinderen. Alle obstakels vegen ze weg zodat het levenspad van de kinderen glad verloopt. Geen tegenslagen en geen teleurstellingen. Zij doen dat met de beste bedoelingen. Hun redenering is dat gelukkig zijn hetzelfde is als nergens gebrek aan hebben. Maar of deze beste bedoelingen ook goed zijn is een punt van discussie.

Ouders van toen
Het gedrag van curlingouders is behalve goedbedoeld ook vaak onbewust. Zoals alle ouders streven ze ernaar hun kinderen tegenslag en teleurstelling te besparen. 
Maar het grote verschil met vroeger is dat ouders ook vooral leuke opvoeder gevonden willen worden. (Marina van der Wal (1))
„Regels handhaven kan voor teleurgestelde gezichten zorgen”, zegt Marina van der Wal. „Kinderen wenden zich van je af, worden boos, gaan huilen. Dat is ongemakkelijk.” (1).
Ik denk dan aan mijn eigen moeder. Was zij ook zo? Als ze nog had geleefd was ze nu 87 geweest. Dus ze was van een generatie die anders met opvoeding omging. Zij voedde niet zo bewust op en deed vaak maar wat. De was doen op maandag was al een dagtaak. Een vrouw van 1.65 meter met een enorme wasketel met kokend water in de weer. Naar het postkantoor gaan was een wandeling van in totaal 6 kilometer. Ze kon niet fietsen en we hadden geen auto. Met leuk gevonden willen worden was zij helemaal niet bezig. Daar had ze geen tijd voor. En de andere ouders in de omgeving ook niet. Voor haar was dus de mening van anderen niet van belang. Er was een zekere gemeenschappelijkheid. Alle ouders in mijn Rotterdamse volksbuurt zaten in hetzelfde schuitje. Daarbij kwam ook nog dat instanties als school of voetbaltrainers een zekere autoriteit hadden. Men legde zich neer bij de beslissingen die door deze instanties werden genomen. “Straf gekregen? Je zal het wel verdiend hebben.” Punt.

Ouders van nu
De ouders van nu hebben minder gemeenschappelijk met andere ouders in hun omgeving. Als een kind dus buiten de sporen wandelt wordt dat gezien als een persoonlijk falen. En dat voelt niet goed. Dat moet vermeden worden. En dus moeten de betreden sporen glad gemaakt worden. We hebben dus met een zeker gevolg van de tijdgeest te maken.

Zelfstandigheid moet het uiteindelijke doel van opvoeding zijn. Opvoeden is jezelf als opvoeder overbodig maken. Dat vergt een lange termijnplanning. Als je je kind als een prinses of prins in de watten legt ben je vooral bezig met de korte termijn. Mijn ouders waren vooral bezig met mijn latere bestemming. Wat zal hij gaan doen? Wat wil hij worden? Hun generatie had zelf weinig kansen gehad en voedden voor het eerst een generatie op die, ondanks de wellicht simpele komaf, ver kon komen. De ouders van nu hebben die voorgeschiedenis niet. Ze weten niet beter dan dat iedereen die, ooit felbevochten, kansen heeft. Dat maakt het einddoel minder duidelijk. Vaak komt men als einddoel van de opvoeding niet verder dan “Als hij maar gelukkig is.” Niet onbelangrijk, maar er is meer.

Averechts
Ondanks alle goede bedoelingen kun je stellen dat het “curlingouderen” averechts werkt.  Bas de Cruyff legt in zijn blogartikel “Curlingouders ondermijnen de assertiviteit” een link naar assertiviteit. (3)
Hij stelt dat de ouders van nu assertiever zijn en dus hoeven de kinderen niet meer assertief te zijn. Hun ongenoegen wordt voor hen benoemd. Terwijl deze vaardigheid in het verdere leven zo belangrijk is. Mijn generatie kon deze vaardigheid in een veilige setting uitproberen en bijschaven. 

Curlingouders bekijken de wereld met een zekere argwaan en brengen deze ook over op hun kinderen. Het kind groeit op met het valse idee dat de wereld gevaarlijk is. (4) Het is beter kinderen met deze “gevaarlijke” wereld kennis te laten maken als er een veilige plek is waar het kind op terug kan vallen. Thuis dus. Maar voorop staat wel dat het kind met de wereld kennis maakt. Ermee om leert gaan. Zodat hij er later klaar voor is. Curlingouders voeden hun kinderen op met een overdaad aan grenzen. En die overdaad aan grenzen levert een zekere grenzeloosheid bij hun kinderen op. Want het gedrag wordt toch weer rechtgezet. (“Die meneer die je een standje gaf is stom, hoor. Moet je niet naar luisteren.”)

Een ander nadeel is dat het kind niet leert om zelf belangrijke beslissingen te nemen en daar de consequenties ook van te dragen. Om het curlingouderen hangt de zweem dat dat juist wel zo is (“Hij wil niet naar deze voetbalcoach, dus hoeft hij van mij niet.”) Maar dat is natuurlijk niet hetzelfde als echt beslissingen nemen en de gevolgen daarvan accepteren. 
Als we kinderen op deze manier geen fouten laten maken beperken we hen daarmee een belangrijke, essentiële, leervaardigheid. (4) Hoogleraar neuropsychologie Jelle Jolles stelt: “Voor de ontwikkeling van kinderen en tieners is het essentieel dat ze veel ervaringen en kennis opdoen. Als een ouder de problemen oplost, kan de jongere de situatie niet zelf aanpassen, en die oplossingen niet in de hersenen opslaan. En die zich op een later moment dus ook niet herinneren.” (1) En ouders geven op deze manier aan dat ze eigenlijk geen vertrouwen in hun kind hebben. Denk je eens in wat dat voor onbewuste invloed heeft op de eigenwaarde van het kind.
Ze vallen nooit en dus krabbelen ze nooit op. Dus het idee dat je onafhankelijke kinderen opvoedt levert juist afhankelijke kinderen op. 

Betrokkenheid is goed. Maar te grote betrokkenheid niet. Uit een Australisch onderzoek is gebleken dat kinderen die angsten vertonen vaak een moeder hebben die overdreven betrokken is. (5) Doordat ze weinig verantwoordelijkheden krijgen hebben ze onbewust het gevoel onbekwaam te zijn. Nieuwe ervaringen en uitdagingen worden vermeden. Wederom een bevestiging dat het kind minder leerervaringen opdoet.
Bijkomend gevolg is ook dat het kind niet leert omgaan met spanningen en stress. Zaken die in het latere leven helaas ook onvermijdelijk zijn.
In het ernstigste geval zullen de kinderen een verstoorde ontwikkeling vertonen. (6) 
Uit ontwikkelingspsychologisch onderzoek (Riksen-Walraven, 2000) is bekend wat kinderen in hun eerste levensjaren nodig hebben voor hun welzijn en ontwikkeling, ook gelet op het functioneren op latere leeftijd. Uit dit onderzoek volgen 4 basisdoelen van opvoeding: 
1. Het bieden van emotionele veiligheid;
2. Gelegenheid tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties;
3. Gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competenties;
4. Het overdragen van normen en waarden ofwel: cultuur. (6)
Bij curlingouders staan 1, 2 en 3 onder druk. 

Hordenouder
Ik wilde vroeger niet naar zwemles. Mijn moeder zei dan: “Je moet toch. Daarna kom je thuis en drinken we samen thee. En dan ben je trots dat je bent geweest.” Hier stopte de discussie.
Ik ging …. en was trots. Ze liet me niet thuis maar bood me wel een veilig thuis waar ik mijn ervaringen kon delen. Ik had geen curling-moeder maar een horden-moeder. Ze liet me de horden zelf nemen en was een goede coach. En soms viel ik. Dan hielp ze me de volgende keer de horde wel te nemen.
Ik schreef eerder in deze column dat ze maar wat deed. Dat deed ze wel erg goed. Ik wou dat ik haar dat nog kon zeggen. 

Bertus Meijer
Onderwijsenzo
Maart 2019 






6 opmerkingen:

  1. Geweldig, die moeder van u! Die heeft haar kinderen iets heel waardevols geleerd. Groet, An.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Zo herkenbaar! En gelukkig kan ik het mijn moeder (85) nog wel zeggen :)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ik kan me er alles bij voorstellen.
    Maar vroeger ging alles beter, zeggen oude(re) mensen.
    Ik kan me prima in het artikel vinden!

    BeantwoordenVerwijderen