vrijdag 15 november 2019

058. Ik lees dingen: Fulltime als oplossing.




Ik lees dingen …..

Fulltime werken als oplossing?

Op 14 november 2019 verschijnt er op de website van Trouw een opiniestuk met als titel: 
“Iedereen fulltime aan het werk en het lerarentekort is opgelost”. (1) Een kop die me alvast aanzet tot lezen. Ik ben benieuwd naar de inhoud van deze oplossing en, vooral, de onderbouwing. Er wordt al te veel zonder degelijke onderbouwing gezegd.

Het is geschreven door Jacques Giesbertz en Aad van Loenen. Eerstgenoemde is oprichter van stadouders.nl en de tweede oud-onderwijsdirecteur.
Ik kan me bij de term onderwijsdirecteur weinig concreets voorstellen maar wellicht wordt er hier bedoeld dat de schrijver oud-directeur van een onderwijsinstelling is. Of dat basisonderwijs of een andere vorm van onderwijs is niet duidelijk. We gaan er maar van uit dat beide heren verstand van zaken hebben.

Helaas staan er in het stuk een aantal aannames die niet kloppen, niet onderbouwd zijn of gebaseerd zijn op drogredeneringen. Ik zal dit proberen te laten zien aan de hand van enkele citaten uit het stuk.

Citaat 1:
“Maar er is helemaal geen tekort aan leraren in het primair onderwijs. Er is wel een overschot aan leraren die in deeltijd werken. Dat is opmerkelijk want leraar zijn op een basisschool zou een fulltime baan moeten zijn. Lesgeven betekent vooral een goede relatie opbouwen met je leerlingen. En dat kan nauwelijks als er twee of drie leraren voor de klas staan” 

De laatste zin boeit me. Helaas wordt deze bewering nergens onderbouwd. Ik ben benieuwd naar een onderzoek waaruit blijkt dat het niet of nauwelijks mogelijk is om een goede relatie met leerlingen op te bouwen.
In het verlengde hiervan ben ik benieuwd naar wat de schrijvers verstaan onder een goede relatie. Helaas blijft het hierbij. Er wordt alleen maar iets gezegd.
Het is natuurlijk ongepast om al die duizenden parttimers weg te zetten als leerkrachten die geen of nauwelijks een goede relatie met hun leerlingen hebben. Omdat ze parttimer zijn. Een klap in het, toch al blauwe, gezicht van al die mensen die alles op alles zetten om het schip drijvende te houden.

Citaat 2:
“Meer geld om de werkdruk te verlagen, is een andere veelgehoorde optie. Echter, de werkdruk is met name zo groot omdat er zoveel parttime werkende leraren zijn.”

Ook hier weer een niet onderbouwde opmerking. De parttimers krijgt hier de schuld van de oplopende werkdruk. Het verband tussen werkdruk en parttimers wordt ook hier niet onderbouwd en de schrijvers blijven in kretologie hangen. Graag zou ik dit verband aangetoond zien. 

Citaat 3:
“De meest voor de hand liggende oplossing is dat meer leraren fulltime gaan werken. Dat zet echt zoden aan de dijk. Het lost het vermeende tekort aan leraren op. Levert direct meer salaris op."

Wederom een redenering die niet klopt. Meer werken levert meer salaris op. Dank je de koekoek. Hier wordt voorbij gegaan dat meer salaris niet eens de inzet is van de stakingen en acties, maar het gelijk trekken van de oneerlijke kloof tussen PO en VO. De schrijvers weten dat best en gaan hier aan voorbij. Ga maar meer werken, dan heb je ook meer salaris is de ronduit onnozele redenering.

Citaat 4:
“Maakt het op orde houden van de klas (klassenmanagement) ook eenvoudiger.”

Hier ben ik weer benieuwd naar wat de schrijvers verstaan onder het “op orde houden van de klas”. Voorts zie ik geen enkel verband tussen dit gegeven en het functioneren van parttimers. Ook hier worden de parttimers onterecht weggezet als oorzaak van allerlei problemen.

Citaat 5:
“Met één leraar voor de klas hebben de kinderen een grotere kans op de welgemeende aandacht die de basis vormt voor hun voorspoedige ontwikkeling.”

Ik hoop ondertussen dat parttimers dit stuk niet lezen. Want ik lees nu dat ze de voorspoedige ontwikkeling van de kinderen ook nog eens belemmeren. En wederom geen enkele onderbouwing. 

Citaat 6:
“Grosso modo zal het maximale tekort aan leraren in het primair onderwijs 10 procent bedragen van het aantal leerkrachten in het primair onderwijs. Dus op een school met twintig leerkrachten zal het gemiddelde maximale tekort twee leraren zijn.”

“Gemiddelde maximale….”: zien de schrijvers dan zelf niet in dat ze hiermee een tegenstelling in twee woorden gebruiken. Als een gemiddelde 2 is, kan het maximale wel ergens 15 zijn. Met dergelijke versimpelde rekensommetjes kun je alles wel wegredeneren.

Kortom:
Ik word graag getriggerd door opiniestukken. Maar ...... ik mag verwachten dat een gerenommeerde krant als Trouw hogere eisen stelt aan de inhoud van deze stukken. Dat is helaas hier niet gebeurd.
Parttimers worden op een aantal aangehaalde plaatsen weggezet als de oorzaak van nagenoeg ieder denkbaar probleem in het onderwijs. Dat is onterecht en denigrerend.
De schrijvers zijn hierbij voorbij gegaan aan de reden waarom mensen parttime zijn gaan werken. De ruime salariëring zal het niet zijn want ze dragen zelf een, aan alle kanten rammelende, oplossing hiervoor aan.
Helaas is de kop prettig “klikmateriaal”. Ik deed het ook. Het stuk bevestigt helaas het gevoel dat sommigen hebben bij leerkrachten.

Bertus Meijer / Onderwijsenzo 
November 2019


vrijdag 25 oktober 2019

057. Murphy was right!


 


Murphy was right!

Wellicht heeft de lezer weleens gehoord van de wet van Murphy; “Als er iets mis kan gaan, dan gaat het ook mis.” (1)
Hij moet het met een voorspellende blik over het onderwijs hebben gehad.

Er zijn een heleboel onderwijsvarianten te bedenken:
·      “Als iets als een vernieuwing wordt gepresenteerd is het een bezuiniging.”
·      “Iemand die zegt dat alles anders moet heeft geen idee wat er aan de bestaande situatie mankeert.”
·      “Hoe meer kansen sommige kinderen nodig hebben, hoe eerder deze kansen verminderen door invloeden van buitenaf.”
·      “Hoe meer een partij of bewindspersoon belooft, hoe groter de teleurstelling achteraf.”
·      "Hoe duidelijker je standpunt op Twitter, hoe groter het aantal blocks.”
·      “Hoe minder argumenten, hoe harder men SCHREEUWT.”
Een leuk spel om zelf aan te vullen.

Vandaag (25 oktober 2019) werden we, voor de zoveelste keer de laatste weken, opgeschrikt door het volgende bericht: “Overvolle klassen in het speciaal onderwijs veroorzaken onveilige situaties.” (2)
Als je kijkt naar veel wat met Passend Onderwijs te maken heeft kan het niet anders of je moet concluderen dat de Wet van Murphy erop van toepassing is.

Op de site van de Onderwijsinspectie lees ik:

“Het speciaal onderwijs groeit. In 2014 is de Wet passend onderwijs ingevoerd. Een van de doelstellingen van passend onderwijs is dat meer zorgleerlingen op de reguliere scholen blijven.  De eerste jaren gingen er ook inderdaad minder leerlingen naar het speciaal onderwijs. De afgelopen 2 jaar is het speciaal onderwijs weer gegroeid. Een van de mogelijke verklaringen voor deze groei is dat sommige reguliere scholen de zorg voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften toch niet aankunnen. Daarnaast ligt tussentijdse uitstroom uit het speciaal onderwijs niet voor alle kinderen voor de hand. Overigens is het leerlingenaantal niet bij alle locaties in het speciaal onderwijs toegenomen.“ (3)

De zinnen “…. Een van de mogelijke verklaringen voor deze groei is dat sommige reguliere scholen de zorg voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften toch niet aankunnen. Daarnaast ligt tussentijdse uitstroom uit het speciaal onderwijs niet voor alle kinderen voor de hand.” zijn natuurlijk onrustbarend. Het klinkt alsof er een experiment is mislukt. Jammer dan ….. en door maar weer. Niks aan de hand mensen. 
Zoiets als: “Een van de mogelijke verklaringen voor de mislukte cake is dat de oven de baktemperatuur van deze cake met specifieke bakbehoeften toch niet aankan. Daarnaast ligt elke zaterdag een baksucces niet voor iedere cake voor de hand.” Alleen een mislukte cake gooi ik grommend weg om op de fiets naar de bakker te rijden. Kost me een uurtje, wat voorpret en een eurootje of drie. De gevolgen hier zijn wat rampzaliger.

Ik heb twee keer een periode mee mogen draaien in het Buitengewoon (later Speciaal) Onderwijs. De eerste keer in was in 1982. Als ik beide keren met elkaar vergelijk valt me een groot verschil op. De eerste ronde kreeg ik vooral te maken met kinderen met leerproblemen. Er waren wel gedragsproblemen maar die waren hanteerbaar en meestal gerelateerd aan eerdere ervaringen op scholen en doofden uit in het “warme bad” dat het Buitengewoon Onderwijs bood. De kinderen bloeiden op en leerden veel ….
De tweede ronde, jaren later,  waren de leerproblemen (die er natuurlijk gewoon waren) volledig ondergesneeuwd onder de gedragsproblematiek. Gesprekken met teamleden, ouders en externen gingen bijna altijd over gedrag. Soms kwam ik niet eens aan interventies op het gebied van leren toe. Kinderen met hun leerproblemen helpen was soms een onhaalbare taak.
Om niet geheel anekdotisch te zijn heb ik mijn licht bij heel wat collega’s en oude rotten opgestoken. Zij herkennen mijn bevindingen. 
Ook het artikel van vandaag (2) bevestigt mijn vermoeden. 

Dan vraag ik me af of deze ontwikkeling een zeker verband houdt met de wet Passend Onderwijs. Ik denk van wel ….
Op de site Onderwijsincijfers staat onderstaande interessante grafiek. (4)
Tot een jaar na de Wet Passend Onderwijs daalde het aantal leerlingen in SO en SBAO. Daarna is er een flinke stijging te zien. Trek de lijnen door naar 2019 en het is nog erger.


In eerste instantie kwamen de leerlingen terug naar het regulier basisonderwijs of ze bleven daar. Op hetzelfde moment werd de werkdruk met allerlei controlerende en bezuinigende maatregelen opgevoerd en sloeg het voorspelde lerarentekort toe. In alle hevigheid.
De klassen werden groter en het te besteden geld groeide niet mee.
De kinderen die anders in het speciaal onderwijs zouden zitten kwamen in een situatie vol onrust en onduidelijkheid. 
Rust en regelmaat ontbreken als je steeds wisselende invallers voor je hebt, je klas vaak verdeeld wordt, je klas soms naar huis wordt gestuurd en je juf of meester met een opgejaagd gevoel les moet geven. De eigen aanpak die je zo nodig hebt schiet erbij in. 
Kinderen met alleen leerproblemen zullen zich hierin beter kunnen aanpassen. De kinderen met gedragsproblemen kwamen steeds meer bovendrijven.
Daarbij komt dat gedragsproblematiek er altijd is en een leerprobleem opspeelt met bijvoorbeeld lezen maar tijdens gym, rekenen, wereldoriëntatie en creatieve vakken veel minder speelt. Het kind met de eigen leerlijn voor rekenen kan dan gewoon meedoen. Het gedragsprobleem is er bij alle vakken en altijd. Voor de niet hierin geschoolde leerkracht een zware klus. Voor de geschoolde ook ….
Dus als je maar mondjesmaat mag verwijzen zullen de kinderen met storende gedragsproblemen eerder worden verwezen. Let op: niet uit gemakzucht maar uit handelingsverlegenheid. 


Marcel Schmeier stelt in de Groene Amsterdammer (11 oktober 2017): 
“…… Kinderen met gedragsproblemen – sommigen met, anderen zonder officiële diagnose: ze dragen enorm bij aan de stress, aldus onze enquête. Het is niet zo dat docenten deze kinderen vervelend vinden, het gaat erom dat ze onvoldoende ondersteuning kregen. ‘Ga er maar aan staan als je daar geen expertise in hebt’, reageert onderwijsadviseur Marcel Schmeier, die eerder les gaf in zowel het speciaal als het regulier basisonderwijs. ‘De minister en staatssecretaris zeggen dat er passend onderwijs moet zijn, maar ze vergeten de mensen bij te scholen. Er is nooit een landelijke scholing geweest. En er is ook geen extra tijd bij gekomen, of extra handen. ….” (5)

Schmeier stelt terecht dat we op het gebied van rekenen, taal, lezen en spelling inmiddels wel enige expertise hebben, maar op het gebied van gedrag schieten we tekort. We zijn er niet voor (bij)geschoold. En als we dat wel zijn was deze minimaal van kwaliteit. We roeien, ik zeg het vaker, met theelepeltjes.

Voorts zetten we de kinderen met bijvoorbeeld grote achterstanden op het gebied van rekenen op een eigen leerlijn. Bijvoorbeeld ergens in groep 5. Dat kind zal dan in het vervolg 4 jaar lang een jaar lager mogen rekenen. Elke dag weer met zijn laatje met spullen naar een andere groep moeten of in de klas aan een apart tafeltje (we noemen het vergoelijkend de instructietafel) met enkele anderen extra instructie krijgen. Een paar keer per week mag het kind met de onderwijsassistent mee. Als deze tenminste niet voor de groep moet ....
Enkele keren per jaar is er een gesprek met de ouders en een vreemde mevrouw die soms in de klas komt kijken om te zien hoe het gaat. Maar gelukkig zijn er ook toetsresultaten.

Dat doet iets met een kind. Altijd weten dat je onderaan de markt hangt. Altijd weten dat je een achterstand hebt die je nooit meer inhaalt. Eigenlijk weten dat je een beetje een kneus bent. Ook al zegt iedereen dat het niet zo is. Ze hebben een leesprobleem, maar ze zijn niet gek. Ik zou, denk ik, ook gedragsmatig mijn kont tegen de krib aangooien. En dus word je als moeilijk ervaren. Nog erger is het voor de kinderen die stil in zichzelf keren. Zij hobbelen al die jaren door. En iedereen bedoelde het goed.
In het Speciaal Onderwijs had dit kind deze ervaring niet gehad en was wel opgebloeid. En onderaan de streep verder gekomen dan een papieren-grafiekjes-rode lijntjes-ontwikkelingsperspectief-vol toetsresultaten.

Ik heb al eerder een column geschreven over Passend Onderwijs. (6) Hierin gaf ik al aan dat het allemaal niet past. Het krantenartikel van vandaag bevestigt deze conclusie. 
Murphy had gelijk …..

Bertus Meijer / Onderwijsenzo
Oktober 2019

Literatuur
1.     https://mens-en-samenleving.infonu.nl/diversen/102633-wat-is-de-wet-van-murphy.html



dinsdag 22 oktober 2019

056. Mantelleerkracht




Mantelleerkracht.

Er zijn veel overeenkomsten tussen de huidige toestand in de zorg en in het onderwijs. Ik noem alleen maar de werkdruk, de salariëring en idiote berg zinloze administratie. Ook het dedain van de mensen aan de knoppen is gelijk te noemen. 
Sinds 21 oktober is er een overeenkomst bijgekomen. Is er in de zorg sprake van mantelzorg ….. in het onderwijs werd die dag officieel de mantelleerkracht ten doop gehouden.

Wat is een mantelzorger?
Op de site van de Rijksoverheid vinden we de volgende definitie: “Mantelzorg is onbetaalde en vaak langdurige zorg voor zieke familieleden of vrienden. Dit kan verzorging zijn of hulp bij dagelijkse activiteiten. Gemeenten ondersteunen mantelzorgers bijvoorbeeld met (tijdelijke) overname van de zorg door een vrijwilliger of beroepskracht (respijtzorg).” (1)

Voor deze column zijn de volgende woorden van belang: onbetaald, familieleden en dagelijkse activiteiten.

Op 21 oktober verscheen het volgende artikel in verschillende kranten. Onder meer in het Algemeen Dagblad. (2)

Ik citeer enkele zaken uit het artikel:
“Basisscholen kunnen in noodsituaties kiezen voor onbevoegden voor de klas, een vierdaagse schoolweek die langer duurt dan de toegestane zeven weken of het schrappen van bepaalde vakken.” (De kop klopt niet en is wat hitserig. Er staat niets in over ouders voor de klas, maar ik geloof aan de andere kant ook niet dat er veel eisen aan de onbevoegden worden gesteld zoals verklaring omtrent gedrag of andere zaken. Die verklaring had een nicht van mij trouwens wel nodig toen ze koffiejuffrouw in een toenmalig bejaardentehuis werd. Dat dan weer wel.)

“Elke basisschool moet een noodplan maken en kunnen aantonen dat ze niet anders kan dan deze maatregel te nemen.” (Dus het water staat deze scholen aan de lippen en dus moeten ze de administratieve ballast van een noodplan erbij nemen. Dat moet dus in voorkomend geval bekeken, gewogen en beoordeeld worden. Met het risico dat het niet voldoet en herschreven moet worden.)

“We passen ons aan aan de huidige werkelijkheid en bekijken de meldingen in hun context”, verklaart Daan Jansen, woordvoerder bij de Onderwijsinspectie. ,,Maar scholen moeten wél kunnen uitleggen wat ze doen en waarom ze dat doen. Zo zorgen we dat ze goed blijven nadenken over de maatregelen.” (De inspectie zorgt er dus voor dat scholen blijven nadenken. Gelukkig. Want de kans is groot dat een school dergelijke beslissingen zonder enig nadenken neemt. Scholen die dergelijke beslissingen met pijn in het hart na veel wikken en wegen moeten nemen omdat ze geen andere uitweg zien. De arrogantie.)

De inspectie zal een goedwillend oogje toeknijpen als de “onderwijskwaliteit maar gehandhaafd blijft.” Ik geloof niet dat ik aan deze zin iets hoef toe te voegen. Ik vermoed zo dat er scholen zijn waar kwaliteit even van ondergeschikt belang is. Hoe graag ze het ook anders willen. Ze zijn blij als ze al roeiend met theelepels vrijdagmiddag half 3 zonder al te grote kleerscheuren halen.

Natuurlijk is deze ontwikkeling een volgende stap op een, al langer bestaand, hellend vlak. We hadden de situatie waar we nu in zitten enkele jaren geleden niet kunnen voorspellen. Deze nieuwe ontwikkeling ook niet en dus de komende stappen op deze neerwaartse spiraal ook niet. 
De volgende stap zal wellicht worden dat onbevoegden voor langere tijd voor de groep mogen, dat de robotisering wordt omarmd in het onderwijs, dat thuisonderwijs gepromoot gaat worden of dat onderwijsgevende een baan in ploegendienst gaat worden. The sky is the limit.

Ik kom terug op mijn definitie van mantelzorg: “Mantelzorg is onbetaalde en vaak langdurige zorg voor zieke familieleden of vrienden.”
Haal het woord zieke in deze definitie weg en denk aan de onbevoegde voor de klas. En voila …. De mantelleerkracht is geboren.

Ik bedenk me dan allerlei praktische zaken die een antwoord moeten hebben:
-       Wie is er verantwoordelijk als een kind lelijk valt tijdens de pauze?
-       Wie is er aanspreekbaar als de resultaten kelderen?
-       Is er enige vorm van selectie aan de poort?
-       Welk percentage mantelleerkrachten is toelaatbaar? (Ik begreep dat er in Amsterdam een school is met maar een enkele bevoegde leerkracht)
-       Wie overlegt met externen?
-       Hoe zit het met leerlingzorg in genoemde groepen?
-       Wat als de onbevoegde een dag geen zin of tijd heeft? Is er een soort van contract?
-       Wie voert eventuele (lastige) gesprekken met ouders bij een incident met de onbevoegde?

Natuurlijk zijn de gevolgen om allerlei redenen weer desastreus. 
Dat een en ander slecht is voor de kwaliteit van onderwijs moge duidelijk zijn. 
Als we kijken naar gelijke kansen is het volgende op te merken; de scholen die van deze mogelijkheid gebruik gaan maken zijn de scholen in de zogenaamd “lastige” wijken. Op deze scholen zitten kinderen die rust, regelmaat en goed onderwijs nodig hebben. Door het huidig tekort ontbreken de eerste twee al en nu is de laatste ook opgeofferd. Deze kinderen krijgen minder, slechter of soms geen onderwijs. De kinderen die goed onderwijs zo ontzettend hard nodig hebben. Er ontstaat een ontoelaatbare tweedeling in onderwijsland. Ik werk in Assen en merk wel iets van het tekort maar dergelijke draconische maatregelen zijn hier (vooralsnog) niet nodig. We voelen het beest wel dichterbij komen sluipen. Soms zeg ik gekscherend dat hij nu bij Zwolle zit. Ik heb vele jaren in Amsterdam-West gewerkt en volg de situatie daar nog op de voet. Daar is het tekort voelbaar op iedere school. Het verschil tussen de provincie en de stad zal groeien. In zo’n klein land een onwenselijke ontwikkeling.

Voorts zal het de toestroom naar de PABO niet verhogen. Zou jij jaren gaan leren en een enorme schuld aangaan voor een beroep waarvan de waarde door het ministerie op deze wijze wordt benaderd?

De minister heeft het duidelijk opgegeven. Dat is een erge constatering. Voor hem, maar ook voor ons. We kunnen geen minister hebben die op heeft gegeven. En is een logisch gevolg van opgeven niet dat je je portefeuille teruggeeft? 
Het moge duidelijk zijn dat de oplossing van de problemen wel goed onderwijs maar geen goed geld mag kosten.

Bertus Meijer / Onderwijsenzo
Oktober 2019

Literatuur:
2.     https://www.ad.nl/binnenland/is-er-geen-juf-dan-mag-er-toch-een-ouder-voor-de-klas~aadb316b/